Programma 6 Sociaal domein

Programma inleiding

Terug naar navigatie - Programma 6 Sociaal domein - Programma inleiding

Het maatschappelijke effect wat we nastreven is dat inwoners bestaanszekerheid ervaren. Dit programma richt zich op het waarborgen van bestaanszekerheid. In combinatie met de groeiopgave waar de gemeente voor staat, is het daarom van belang om in te spelen op maatschappelijke veranderingen. Sociale cohesie staat hierin centraal. De focus ligt daarom op het versterken van een inclusieve en veerkrachtige gemeenschap, waarbij continu wordt ingespeeld op de veranderende behoeften van de inwoners, bijvoorbeeld als gevolg van een bevolkingssamenstelling die altijd in ontwikkeling is.

Het jaar 2025 was een overgangsjaar. In 2024 is het strategisch beleidskader voor het sociaal domein ‘Mensen maken de samenleving’ vastgesteld. Na de vaststelling van dit kader is gewerkt aan de verdere uitwerking van de nieuwe koers, gebaseerd op brede welvaart en effectgericht sturen. De gemeenteraad heeft vier maatschappelijke effecten vastgesteld die richting geven aan het beleid en de uitvoering.

In 2025 zijn drie uitvoeringsprogramma’s vastgesteld die deze beweging concreet maken: kansengelijkheid vergroten, bestaanszekerheid bieden en gezond samenleven versterken. Deze programma’s vormen de basis voor een meer samenlevingsgerichte aanpak. Vanuit deze programma’s zijn drie opdrachten gestart waarmee een begin wordt gemaakt met het organiseren van ondersteuning, dichter bij de inwoners en meer gericht op preventie: het vormgeven van de sociale basis, het versterken van welzijn en het ontwikkelen van stevige lokale teams.

Omdat het nieuwe beleid nog in ontwikkeling was, zijn diverse activiteiten uit het oude beleid in 2025 doorgezet. Tegelijkertijd is gestart met het herzien van het subsidiebeleid. Doel is om subsidies sterker te verbinden aan maatschappelijke effecten en hierover duidelijke afspraken te maken met partners. Deze doorontwikkeling wordt in 2026 voortgezet.

2025 was daarmee een jaar waarin de fundamenten zijn gelegd voor de nieuwe koers, terwijl de uitvoering nog grotendeels in het teken stond van overgang en voorbereiding. Ondanks alle veranderingen in 2025 is de uitvoering doorgegaan en is de continuïteit van de dienstverlening aan inwoners gewaarborgd. Terwijl de organisatie werkte aan de voorbereiding en uitwerking van het strategisch kader, bleven de bestaande processen, vormen van ondersteuning en samenwerkingsrelaties in stand. Hierdoor konden inwoners ook in dit overgangsjaar blijven rekenen op stabiele, toegankelijke en tijdige ondersteuning.

Als we spreken over het nieuwe strategisch kader sociaal domein en de 3 uitvoeringsplannen dan vindt u de specifieke verantwoording hiervan terug in programma 4 en 6 en delen van programma 5 en 7, ofwel de pakketten: Opgroeien en opvoeden (4P en 6P), Leefbaarheid en veiligheid (5L), Participatie De Meerpaal (5M1), Participatie de bibliotheek (5M2), Gezonde leefstijl (5O en 6O), Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende maatregelen (6M3), Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders (6M4) en Multifunctionele gebouwen (6M5).

Pakket 6L Leefbaarheid en veiligheid

Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen - Inhoud

Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid: een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg, een zinvolle daginvulling en een spaarpotje voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Voor veel inwoners is dit niet vanzelfsprekend. Met ons beleid zetten we in op het versterken van participatie én het bieden van ondersteunende voorzieningen waar nodig.

Beleidsuitgangspunten

Terug naar navigatie - Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen - Beleidsuitgangspunten

Onze ambitie is dat iedereen actief deelneemt aan de samenleving, via betaald werk, vrijwilligerswerk of andere vormen van maatschappelijke inzet. Meedoen versterkt verbondenheid, vergroot eigenwaarde en voorkomt sociale uitsluiting. Het helpt inwoners om zelfstandiger te worden en meer grip te krijgen op hun leven. Daarom bieden we kansen op passende werkplekken en ondersteuning aan wie (tijdelijk) niet financieel zelfredzaam is. Zo kunnen ook zij volwaardig meedoen en werken aan herstel van hun zelfredzaamheid. Maatschappelijke participatie, zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk, zien we daarbij als volwaardige bijdrage. Op deze manier bouwen we aan een inclusieve samenleving waarin iedereen naar eigen mogelijkheden kan meedoen.  

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen - Wat wilden we bereiken?

Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie
          1) In 2026 is het aantal inwoners met een uitkering dat meedoet door te werken of een andere vorm van maatschappelijke participatie gestegen ten opzichte van 202426.
          2) In 2026 hebben meer inwoners met een indicatie ‘banenafspraak’ of ‘beschut werk‘ een betaalde werkplek ten opzichte van 202426

Hoe hebben we dit gemeten?
In 2025 is er toegewerkt naar het uitvoeren van een bestandsanalyse. De resultaten van deze analyse volgen in 2026.

Toelichting
Wanneer inwoners niet meedoen, vergroot dat de kans op eenzaamheid, armoede en sociale uitsluiting. In Dronten is de sociale positie relatief sterk: minder inwoners hebben een bijstandsuitkering en de arbeidsparticipatie ligt boven het landelijk gemiddelde. Toch blijft beperkte participatie een risico, want het ondermijnt saamhorigheid, benut talenten onvoldoende en zet druk op voorzieningen. Ook ontstaan er knelpunten op de arbeidsmarkt, zeker in sectoren met personeelstekorten. Minder participatie vergroot ongelijkheid en maakt de samenleving kwetsbaarder.

Wat hebben we bereikt?
Onderstaande ontwikkelingen in cijfers laat zien dat steeds meer inwoners een passende plek vinden in werk met ondersteuning en dat beschikbare instrumenten effectief worden ingezet. Daarnaast hebben we in 2025 samen met onze partners gewerkt aan één doel: zorgen dat zoveel mogelijk inwoners kunnen meedoen — door werk, ontwikkeling of een andere vorm van participatie.

Het aantal gemeentelijke uitkeringen (algemene bijstand, Bbz, IOAW en IOAZ) is ten opzichte van 2024 licht gestegen.

Gemeentelijke uitkeringen en arbeidsparticipatie 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Aantallen gemeentelijke uitkeringen (algemene bijstand, Bbz, IOAW en IOAZ) op 31 december

596

584

537

539

519

523

De toename van uitstroom naar werk sluit aan bij het gemeentelijke doel om het percentage inwoners dat betaald werk, vrijwilligerswerk of een andere participatieve activiteit uitvoert, te laten stijgen. De gerealiseerde groei laat zien dat meer inwoners de overgang naar regulier werk weten te maken.

Gemeentelijke uitkeringen en arbeidsparticipatie 

2024

2025

Uitstroom naar betaald werk

33

45

Het aantal inwoners die werkzaam zijn met ondersteuning van loonkostensubsidie en het aantal inwoners werkzaam op een beschutte werkplek zijn gestegen. Deze stijging draagt eveneens bij aan het doel om de arbeids- en maatschappelijke participatie van inwoners te vergroten, doordat meer inwoners een passende plek vinden in (ondersteund) werk.

Gemeentelijke uitkeringen en arbeidsparticipatie 

2024

2025

Aantal inwoners die werkzaam zijn met ondersteuning van loonkostensubsidie

67

103

Aantal inwoners werkzaam op een beschutte werkplek

20

29

Wat hebben we daarvoor gedaan?
Verbeteren van arbeids- en maatschappelijke participatie via maatwerk en begeleiding
In 2025 is in Dronten gewerkt aan de voorbereiding op de Participatiewet in balans, met nadruk op een interne cultuuromslag binnen Werk en Inkomen, onder regie van een projectleider. De projectleider heeft zich gericht op het creëren van randvoorwaarden voor een andere manier van werken, onder meer door structurele reflectie op casuïstiek, kennisdeling en het stimuleren van professionele afwegingen. Hierdoor is meer ruimte ontstaan voor maatwerk en persoonlijk contact met inwoners. Dit sluit aan bij de zichtbare toename van uitstroom naar (ondersteund) werk en het grotere gebruik van instrumenten zoals loonkostensubsidie en beschut werk. Inwoners worden sneller en gerichter begeleid naar passend werk of werkervaring, wat bijdraagt aan het vergroten van arbeids- en maatschappelijke participatie en vormt de basis voor verdere borging in 2026.

Het Werkgeversservicepunt (WSP) hielp in 2025 128 inwoners aan een plek waar zij werkervaring konden opdoen of konden doorgroeien naar werk. Dit varieerde van proefplaatsingen tot begeleiding van inwoners zonder uitkering. We hebben onze dienstverlening verder verbeterd. Consulenten werken nu op dezelfde manier, waardoor inwoners sneller duidelijkheid krijgen en besluiten beter en begrijpelijker worden uitgelegd.

Ook hebben we regionaal flinke stappen gezet bij het tot stand brengen van het Regionaal Werkcentrum. Vanaf 1 januari 2026 is er één centrale plek voor alle vragen over werk: Werkcentrum Flevoland. Hier kunnen inwoners en werkgevers terecht voor ondersteuning. Daarnaast is in 2025 gewerkt aan een betere begeleiding van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Aan de hand van een bestandsanalyse brengen we competenties en kansen beter in beeld, zodat we inwoners gericht kunnen helpen. De eerste groep inwoners is al meegenomen, de volledige invoering volgt in 2026.

De Kluswinkel Dronten speelde, sinds de start eind 2024, zowel in de wijken als voor inwoners een waardevolle rol. Met ruim 300 klusuren zijn tuinen en woningen verbeterd, én vijf deelnemers met een afstand tot de arbeidsmarkt konden er werkervaring opdoen.

Kluswinkel Dronten

2025

Hoeveelheid klusuren aan tuinen en woningen

300

Aantal deelnemers met een afstand tot de arbeidsmarkt

5

Vooruitlopend op de nieuwe landelijke wetgeving van school naar duurzaam werk vanaf 2026 hebben we al stappen gezet voor betere ondersteuning van jongeren tot 27 jaar. Samen met Impact hebben we nieuw aanbod ontwikkeld dat beter past bij de behoeften van jongeren. De samenwerking met Impact is verder verbeterd, waardoor consulenten minder tijd kwijt zijn aan administratie en meer tijd hebben voor persoonlijke begeleiding.

Wat wilden we bereiken?
Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen
          3) In 2026 is het aantal huishoudens met een laag inkomen niet gestegen ten opzichte van 202426.
          4) In 2026 is het percentage huishoudens dat moeite heeft met rondkomen is lager dan 2,3%26.
          5) In 2028 is het percentage huishoudens met problematische schulden maximaal 7,9%26.
          6) In 2026 is het aantal inwoners/huishoudens dat gebruik maakt van (landelijke en gemeentelijke) regelingen gestegen ten opzichte van 202426.

Minder kinderen groeien op in armoede
          7) In 2026 is het percentage kinderen in armoede lager dan 3,6%26.
          8) In 2026 zijn er minder dan 388 kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering26.

Hoe hebben we dit gemeten?

Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen 

2023 

2024

2025

3. Aantal huishoudens met een laag inkomen* 

Nb 

Nb 

Nb

4. Aantal huishoudens dat moeite heeft met rondkomen 

2,3% 

Nb 

Nb

*3% in 2022 op basis van cijfers van het CBS

 Cijfers over het aantal huishoudens met een laag inkomen en het percentage huishoudens dat moeite heeft met rondkomen zijn over 2023–2025 nog niet beschikbaar.
De laatst bekende CBS-cijfers laten zien dat 3% van de huishoudens in 2022 een laag inkomen had en 2,3% moeite had met rondkomen. Deze indicatoren worden geactualiseerd zodra nieuwe cijfers beschikbaar zijn.

Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen 

2023 

2024

2025

5. Aantal inwoners/huishoudens met geregistreerde problematische schulden 

7,7% 

7,9% 

7,9%

 Na een lichte stijging in 2024 is het aandeel inwoners/huishoudens met problematische schulden in 2025 gestabiliseerd op 7,9%. De gemeente blijft inzetten op preventie, vroegsignalering en laagdrempelige ondersteuning om financiële stabiliteit van inwoners te versterken.

Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen 

2023 

2024

2025

6. Lopende uitkeringen (#huishoudens) 

2,9%

2,7%

2,9%

6. Individuele inkomenstoeslag (#huishoudens) 

2%

1,8%

1,63%

6. Studietoeslag (#inwoners) 

0,08%

0,09%

0,04%

6. Toegankelijkheidsbijdrage (#inwoners) 

3,2%

3,1%

Nb

6. Tijdelijke witgoedregeling (#huishoudens) 

0,02%

0,7%

1%

6. Gebruik van de VoorzieningenWijzer 

-

1,9%

3,1%

 De stijging bij de witgoedregeling (+46% toekenningen) en het gebruik van De VoorzieningenWijzer (meer websitebezoeken en checks) duidt op een betere vindbaarheid van voorzieningen en een gerichtere ondersteuning van huishoudens met een smalle beurs.

Minder kinderen groeien op in armoede 

2023 

2024

2025

7. Aantal kinderen in armoede (CBS) 

3,6%

3,6%

Nb

8. Aantal kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering 

384

388

355

Aantal kinderen dat gebruik maakt van de toegankelijkheidsbijdrage 

398

415

Nb

Aantal scholen met financiële educatie in lesprogramma (# cashflow voorstellingen) 

10

11

Nb

 De meeste cijfers over kinderen in armoede zijn nog niet bekend over 2025. Het aantal kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering is gedaald in 2025.

 Wat hebben we bereikt?
De inzet in 2025 heeft bijgedragen aan meer financiële stabiliteit voor inwoners. Het aantal inwoners met problematische schulden is stabiel. Er worden meer inwoners bereikt. Het aantal kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering is gedaald. Daarmee is een stap gezet richting het beoogde effect: minder armoede en betere bestaanszekerheid voor inwoners van Dronten.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
Versterken van bestaanszekerheid en maatschappelijke ondersteuning
In 2025 zijn aanvullende maatregelen getroffen om bestaanszekerheid te versterken:

  • Vaststelling beleidsregels brede ondersteuning Gemeente Dronten voor gedupeerden van de toeslagenaffaire;
  • Start tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (7 huishoudens geholpen);
  • Verhoging bedragen toegankelijkheidsbijdrage voor kinderen;
  • Voortzetting collectieve zorgverzekering minima (contract met Univé Zorg);
  • Structurele voortzetting van De VoorzieningenWijzer na positieve pilot.

Drie Beleidsregels in werking getreden
De Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Dronten 2025 en 2026 bieden duidelijkheid over de mogelijkheden voor brede ondersteuning aan gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij kunnen op basis hiervan een beroep doen op hulp bij financiën, gezin, werk, wonen en zorg. In de beleidsregels staat beschreven wanneer iemand recht heeft op ondersteuning, maar ook wanneer deze ondersteuning eindigt en – waar nodig – wordt overgedragen aan de reguliere hulpverlening.

In 2025 zijn beleidsregels vastgesteld voor de uitvoering van de tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek. Deze regeling is bedoeld voor huishoudens die door een samenloop van wet- en regelgeving onvoldoende toeslagen ontvangen en daardoor onder het bestaansminimum uitkomen. In de gemeente Dronten hebben in 2025 7 huishoudens gebruikgemaakt van deze regeling.

In de Beleidsregels toegankelijkheidsbijdrage Dronten 2025 zijn de bedragen voor kinderen per 1 januari 2025 verhoogd naar € 420 per jaar voor kinderen van 3 tot 12 jaar en € 525 per jaar voor kinderen van 12 tot 18 jaar.

Tijdelijke witgoedregeling 2024-2025
Aansluitend op de regeling van 2024-2025 is op 1 januari 2026 de regeling voor 2026 in werking getreden.

Jaar

Aantal toekenningen

 

2024

134

 

2025

196

+46%

Ervaringsdeskundigheid
In Q1 en Q2 2025 voerde gemeente Dronten binnen project KEUS een pilot uit naar de inzet van ervaringsdeskundigheid binnen het sociaal domein, in samenwerking met gemeente Lelystad, MDF, Stichting Sterk uit de Armoede en het Windesheim Lectoraat Klantenperspectief in ondersteuning en zorg.

Via detachering is een ervaringsdeskundige ingezet voor reflectie en advies op beleid en uitvoering. De pilot liet zien dat het meten van impact lastig is en dat de inzet nog niet heeft geleid tot concrete beleidsbijdragen of aantoonbare veranderingen. Daarnaast bleek dat duidelijke afspraken over positie, randvoorwaarden, ondersteuning en waardering noodzakelijk zijn voor een effectieve inzet.

Vervolgstappen richten zich op het versterken van deze randvoorwaarden en het beter borgen van de meerwaarde van ervaringskennis.

Collectieve zorgverzekering minima
Door het Nibud is geadviseerd om de collectieve zorgverzekering voor deze huishoudens in stand te houden. Het contract met N.V. Univé Zorg is verlengd tot en met 31 december 2026.

De VoorzieningenWijzer
De VoorzieningenWijzer is in 2025, na een positieve pilot, omgezet naar een driejarige overeenkomst. Het bereik is toegenomen: het aantal websitebezoeken steeg met 67% en het aantal afgeronde checks met 9% ten opzichte van 2024. De inzet wordt voortgezet om het bereik onder inwoners verder te vergroten.

Jaar

Websitebezoeken

Verschil websitebezoeken

Afgeronde checks

Verschil afgeronde checks

2024

357

 

137

 

2025

596

+67%

149

+9%

In aanvulling op de inzet binnen het doel ‘Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen’ heeft de gemeente in 2025 extra maatregelen genomen om kinderarmoede te beperken. Hierbij is ingezet op het verhogen van de toegankelijkheidsbijdrage, vroegsignalering van armoedeproblematiek, financiële educatie op scholen en gerichte communicatie over beschikbare regelingen.

Pakket 6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders

Beleidsuitgangspunten

Terug naar navigatie - Pakket 6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders - Beleidsuitgangspunten

We geven uitvoering aan de Wet inburgering 2021. Die heeft als doel om inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk actief mee te laten doen in de samenleving, bij voorkeur via werk. Ons strategisch beleidskader sluit daarop aan. We streven ernaar dat inwoners zoveel mogelijk dezelfde rechten en kansen hebben om mee te doen. Op die manier ervaren inwoners bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen zij mee naar vermogen.

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders - Wat wilden we bereiken?

Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie
          1) 70% van alle Drontense inburgeringsplichtigen werkt binnen 1 jaar na datum van inschrijving bij de gemeente naar vermogen*.
          2) 80% van alle Drontense inburgeringsplichtigen is binnen 18 maanden na datum van inschrijving bij de gemeente geïntegreerd** in de Drontense samenleving.

*Onder werk naar vermogen verstaan wij vrijwilligerswerk, een stageplek, een werkervaringsplaats of betaald werk
**Iemand is geïntegreerd wanneer diegene een netwerk heeft opgebouwd, contact heeft met de buren, helpt op de school van de kinderen, deelneemt bij een sportclub, naar Huis voor Taal gaat, et cetera

Hoe hebben we dit gemeten?

 

2025

1. % Inburgeringsplichtigen dat binnen 1 jaar naar vermogen werkt

56%

2. % Drontense inburgeringsplichtigen dat het inburgeringsexamen behaalt binnen de gestelde termijn van drie jaar

100%

Toelichting
We zijn in 2025 overgestapt naar een meer toekomstbestendige manier van registratie (van handmatig naar systematisch). In dit implementatiejaar is daarom geen aansluiting tussen de metingen van 2024 en 2025 voor de eerste twee indicatoren. Medewerkers worden nog geschoold in het op de juiste manier bijhouden en verwerken van data. Dit betekent dat we vanaf dit jaar consistent en toekomstbestendig kunnen werken.

Er vervalt een indicator in het nieuwe beleid. Dit gaat om de indicator: 80% van alle Drontense inburgeringsplichtigen is binnen 18 maanden geïntegreerd. Het is vrijwel onmogelijk om betrouwbare data te verzamelen over deze indicator. Daarnaast is integratie een duaal proces dat wederzijdse inzet vraagt van de samenleving en de nieuwkomer. We meten geen integratie door te kijken of een nieuwkomer op een bepaald moment deelneemt aan een activiteit of contact heeft met de buren.

Deze indicator vervangen we door te meten hoeveel van de Drontense inburgeringsplichtigen het inburgeringsexamen binnen de gestelde termijn van drie jaar haalt. Dit sluit aan op de indicatoren in ons inburgeringsbeleid. Het laat zien of het inburgeraars lukt om binnen drie jaar het voor hun hoogst haalbare niveau van de inburgering af te ronden. Omdat de nieuwe inburgeringswet pas in 2022 in werking trad, was er in 2024 nog geen data beschikbaar. In 2025 liep die termijn voor het eerst af voor een aantal inburgeraars. 

Wat hebben we bereikt?
In 2025 hebben we de bestaanszekerheid van inwoners versterkt door gerichte ondersteuning en het creëren van gelijke kansen op participatie. Zo bouwen we stap voor stap aan een stabiele sociale leefomgeving door ondersteuning en participatiekansen te bieden voor deze inwoners van Dronten. Dankzij de invoering van een toekomstbestendige registratiesystematiek beschikken we over betrouwbare data. Wij kunnen dan ook melden dat in 2025 100% van de Drontense inburgeraars de inburgering heeft behaald binnen de gestelde termijn.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
Integreren statushouders
We voerden onze wettelijke taken uit en zetten in op integratie. Dit deden we bijvoorbeeld door statushouders rond te leiden in de gemeente en kennis te laten maken met partners die voor hen belangrijk zijn. Dat gebeurde via Tour de Dronten en bijvoorbeeld door het inzetten van de klankbordgroep. Ook zetten we samen met onze inburgeringspartners in op inburgering op het hoogst haalbare niveau. Zo dragen we eraan bij dat inwoners bestaanszekerheid en gelijke kansen ervaren en meedoen naar vermogen.

Opvang Oekraïense ontheemden
Op 24 februari 2022 begon de grootschalige invasie van Rusland in Oekraïne. Als gevolg daarvan vluchtten Oekraïners naar veiligere gebieden en landen, waaronder Nederland. In 2025 vingen wij in Dronten 193 Oekraïense ontheemden op. Het Rijk werkt aan plannen voor de lange termijn, zoals een mogelijke verblijfsvergunning voor Oekraïners. In 2026 verandert daarin nog niets en zetten wij de opvang van Oekraïense ontheemden voort. We organiseren deze opvang met incidentele financiële regeling vanuit de Rijksoverheid.

Pakket 6M5 - Multifunctionele gebouwen

Beleidsuitgangspunten

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 - Multifunctionele gebouwen - Beleidsuitgangspunten

Met de multifunctionele accommodaties in de drie kernen beogen we ontmoeting binnen multifunctionele voorzieningen te bewerkstelligen. Binnen de gemeente Dronten geldt als uitgangspunt dat ontmoeting plaatsvindt op centrale, herkenbare locaties die meerdere maatschappelijke functies vervullen. Locaties zoals dorpshuizen en wijkcentra bedienen diverse doelgroepen en vormen zo een stevig, lokaal netwerk van voorzieningen. Door ontmoeting integraal te organiseren met andere maatschappelijke activiteiten wordt samenwerking tussen verschillende partijen versterkt en worden voorzieningen beter benut en duurzaam geborgd.

Wat hebben we bereikt?

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 - Multifunctionele gebouwen - Wat hebben we bereikt?

In 2025 hebben de multifunctionele accommodaties in Dronten, Biddinghuizen en Swifterbant aantoonbaar bijgedragen aan het versterken van ontmoeting, sociale samenhang en samenwerking binnen de gemeente. Door het inzetten op centrale, herkenbare locaties waar sport, cultuur, welzijn en horeca samenkomen, is de toegankelijkheid en benutting van maatschappelijke voorzieningen verder verbeterd.

De integrale organisatie van activiteiten heeft geleid tot:

  • Intensiever gebruik van de accommodaties.
  • Versterkte samenwerking tussen maatschappelijke partners.
  • Betere afstemming tussen sport, cultuur en welzijn.
  • Een steviger lokaal netwerk van voorzieningen in de drie kernen.

Hiermee is uitvoering gegeven aan het beleidsuitgangspunt om ontmoeting duurzaam te organiseren binnen multifunctionele voorzieningen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
MFC De Binding – Biddinghuizen
Sinds De Meerpaal in september 2024 de exploitatie heeft overgenomen, is het beheer in 2025 verder gestabiliseerd. De dienstverlening binnen het multifunctioneel centrum is geoptimaliseerd, waardoor de verschillende functies beter op elkaar aansluiten.

Daarnaast is eind 2025 gestart met het opstellen van een social businesscase.

Deze inspanningen hebben geleid tot meerdere effecten. Zo is er een verbeterde organisatorische en financiële basis gelegd voor een toekomstbestendige exploitatie. De zalen en sportfaciliteiten worden efficiënter benut, wat leidt tot een betere inzet van beschikbare ruimtes.

Ook de samenwerking tussen de exploitant, de eigenaar (Stichting MFG2) en de gemeente is versterkt. Tot slot is er meer duidelijkheid ontstaan over de maatschappelijke meerwaarde van De Binding en over de richting voor toekomstige ontwikkelingen.

MFC De Kombuis – Swifterbant
2025 was het eerste volledige jaar dat MFC De Kombuis in Swifterbant in gebruik was. Daarbij is het dienstverleningsconcept verder geoptimaliseerd. Daarnaast is de exploitatie door De Meerpaal, namens de gemeente, verder ingericht en aangescherpt.

De inspanningen in 2025 hebben geleid tot duidelijke effecten voor Swifterbant. De Kombuis heeft zich in korte tijd stevig gepositioneerd als het centrale ontmoetingspunt in de gemeenschap. Daarbij sluit de programmering steeds beter aan bij de wensen en behoeften van inwoners.

De samenwerking tussen lokale verenigingen, maatschappelijke organisaties en de exploitant is versterkt. Tot slot is er in 2025 begonnen met het treffen van de voorbereidingen voor de toekomstige eigendomsoverdracht van het gebouw aan de gemeente in 2028.

MFC De Meerpaal – Dronten
In 2025 is er een belangrijke aanzet gemaakt tot het herijken van het meerjarenonderhoudsplan. Dit heeft geleid tot inzicht in de toekomstige onderhoudsopgave en financiële consequenties, maar de vertaling moet nog worden geeffectueerd in 2026.

Ook is in 2025 de basis verder versterkt voor een duurzame instandhouding van het grootste multifunctionele centrum binnen de gemeente. Hiermee wordt continuïteit van de maatschappelijke, culturele en sportieve functies die De Meerpaal biedt, gewaarborgd.

Beleidsuitgangspunten de Meerpaal

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 - Multifunctionele gebouwen - Beleidsuitgangspunten de Meerpaal

Samen met De Meerpaal wordt gewerkt aan de volgende maatschappelijke effecten:

  1. Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende.
  2. Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving.
  3. Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen.
  4. Inwoners voeren zelf de regie (kunnen hulpbronnen aanwenden indien nodig).
  5. Inwoners krijgen laagdrempelige en tijdig vanuit gebiedsgerichte teams samenhangende lichte vormen van ondersteuning aanvullend op eigen mogelijkheden en samenleving.

De Meerpaal is een vaste en veelzijdige partner van de gemeente Dronten in de uitvoering van het sociaal beleid. Vanuit haar aanwezigheid in Dronten, Swifterbant en Biddinghuizen levert De Meerpaal een herkenbare bijdrage aan de maatschappelijke opgaven en effecten die de gemeenteraad heeft vastgesteld.

De Meerpaal verbindt haar inzet aan deze opgaven vanuit drie samenhangende rollen: als cultuurhuis, als sociale basisvoorziening en als maatschappelijke partner. Vanuit deze rollen voert zij een breed scala aan taken uit op het gebied van welzijnswerk, jongerenwerk, sport en cultuur. De lasten van de Meerpaal zijn gealloceerd aan de relevante pakketten waar deze taken plaatsvinden.

De Meerpaal is een veelzijdige en lokaal gewortelde organisatie die op meerdere leefgebieden bijdraagt aan de brede welvaart van inwoners. Via sport, cultuur, welzijn en ontmoeting stimuleert zij actief burgerschap, gezondheid en sociale samenhang in dorpen en wijken. De organisatie is zichtbaar aanwezig en werkt vanuit nabijheid, toegankelijkheid en samenwerking. Met buurtsportcoaches, jongerenwerkers en sociaal werkers levert De Meerpaal een bijdrage aan het versterken van fysieke en mentale gezondheid, het ondersteunen van gezinnen en jeugd en het vergroten van ontwikkelkansen. In wijklocaties en MFC’s organiseert zij activiteiten die ontmoeting, zingeving, verbinding en informele ondersteuning bevorderen. Eenzaamheid wordt tegengegaan via laagdrempelige groepsactiviteiten, individuele ondersteuning en vrijwilligersinitiatieven. Door inzet op het versterken van sociale netwerken, het ondersteunen van vrijwilligers en het verbinden van inwoners met voorzieningen, levert De Meerpaal een structurele bijdrage aan een samenhangende en leefbare gemeenschap.

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 - Multifunctionele gebouwen - Wat wilden we bereiken?

Een professionele samenwerking met De Meerpaal draagt bij aan het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie van de beleidsdoelen binnen het sociaal domein
          1) In 2026 is de samenwerking met De Meerpaal verder geprofessionaliseerd26

Hoe hebben we dit gemeten?
In 2025 is de samenwerking met De Meerpaal verder geprofessionaliseerd. Dat zien we in de scherpere afspraken en sturing op de hele keten van KPI’s (van doelen naar uitvoering en monitoring). KPI's vormen ook de basis voor onderlinge gesprekken, zowel per domein (sport, cultuur, welzijn en gebouwen) als over de totale lijn.

Toelichting 
In 2025 hebben we vooral verbeteringen bereikt in de manier waarop we samenwerken en sturen. De effecten daarvan zijn niet altijd direct zichtbaar in cijfers of uitkomsten, omdat veranderingen in uitvoering en organisatie tijd nodig hebben om door te werken. Daarom hebben we in 2025 vooral gekeken naar signalen van betere afstemming, betere sturing en betere uitvoering.

Wat hebben we bereikt?
De Meerpaal heeft het afgelopen jaar nadrukkelijk geïnvesteerd in het evalueren van het eigen handelen: welke activiteiten dragen daadwerkelijk bij aan de maatschappelijke doelen van de gemeente en waar wordt de meeste impact gemaakt. De bijdrage van De Meerpaal zit daarmee niet alleen in uitvoering, maar ook in het kritisch kijken naar de eigen rol, het maken van keuzes bij inactiviteiten en het stap voor stap versterken van de maatschappelijke impact. Deze ontwikkeling is ingezet en vraagt in 2026 verdere verdieping en borging. De Meerpaal heeft hiermee zichtbaar de beweging gemaakt: “terug naar de samenleving”.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
Doorontwikkelen van maatschappelijke ondersteuning en gebiedsgericht werken
Er zijn activiteiten tegen het licht gehouden en er is een beweging ingezet van vooral individuele ondersteuning naar meer collectieve en maatschappelijke inzet. Ook organisatorisch zijn stappen gezet om beter met de tijd mee te gaan, met meer flexibiliteit en een sterkere gerichtheid op wat er speelt in de samenleving.

Er is een begin gemaakt met gebiedsgericht werken, waarbij de focus verschuift naar samenhang, samenwerking en preventie in wijken en kernen. In de samenwerking met de gemeente vertaalt zich dit in betere gesprekken, minder verrassingen en sneller schakelen bij knelpunten.

Risico’s
De Meerpaal is een brede en grote organisatie met een omvangrijke interne kostenstructuur. Hierdoor is de organisatie minder wendbaar en kost het tijd om veranderingen in werkwijze, sturing en positionering door te voeren. Hoewel in 2025 duidelijke stappen zijn gezet richting professionalisering, vraagt de borging van deze ontwikkeling blijvende aandacht.

Daarnaast is het voor De Meerpaal belangrijk om de bestaande naamsbekendheid verder te vertalen naar een positieve, herkenbare maatschappelijke positionering. Wanneer deze doorontwikkeling onvoldoende plaatsvindt, bestaat het risico dat de organisatie minder goed aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen, dat beleidsdoelen minder effectief worden gerealiseerd en dat financiële en reputatieve druk ontstaat.

Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Inhoud

De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor een toegankelijke toegang, het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte en het bieden van een passende maatwerkvoorziening wanneer algemene oplossingen niet volstaan. De Wmo 2015 beoogt bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving en het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem. Met ons beleid door het, waar nodig, bieden van passende ondersteuning kunnen mensen zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving blijven wonen en kunnen zij blijven meedoen in de maatschappij.  

Beleidsuitgangspunten Wmo lokaal

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Beleidsuitgangspunten Wmo lokaal

Vanuit de Wmo staan we voor de uitdaging om ondersteuning en hulp op een toekomstbestendige manier vorm te geven. Dit betekent dat we inzetten op het vergroten van zelfredzaamheid en het beter benutten van sociale netwerken, zodat inwoners minder afhankelijk zijn van maatwerkvoorzieningen. Door meer gebruik te maken van voorliggende en algemene voorzieningen, willen we vroegtijdig inspelen op hulpvragen.

Dit vraagt om een andere balans: een samenleving waarin inwoners gestimuleerd worden om verantwoordelijkheid te nemen, terwijl passende ondersteuning beschikbaar blijft voor wie dat nodig heeft. Deze hernieuwde focus op zelfredzaamheid betekent niet dat er geen ondersteuning meer komt voor wie dat nodig heeft. Integendeel, de gemeente blijft passende hulp bieden, waar en wanneer dat nodig is. Door deze verschuiving van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ komen we een duidelijke stap vooruit in het realiseren van een veerkrachtige en toekomstgerichte samenleving.

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Wat wilden we bereiken?

Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk functioneren in ??een passende woonomgeving  
          1) In 2026 voelen meer dan 74% van de inwoners zich goed geholpen en/of kunnen weer zelfstandig verder26
          2) In 2026 maken minder dan 108 (per duizend) inwoners gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen26
          3) In 2026 zijn meer dan 59% van de inwoners goed geïnformeerd over toegankelijke, laagdrempelige voorzieningen en maken hier ook gebruik van26

Hoe hebben we dit gemeten?

 

2023 

2024

2025

1. Meer inwoners voelen zich goed geholpen en/of kunnen weer zelfstandig verder* 

74% 

57,5%

Nb

2. Afname gebruik Wmo-maatwerkvoorzieningen door te investeren in preventie en lichte zorg en ondersteuning in samenwerking met (zorg)professionals en maatschappelijke organisaties** 

57

59

55***

3. Inwoners zijn goed geïnformeerd over toegankelijke, laagdrempelige voorzieningen en maken hier ook gebruik van*

59%

Nb

Nb

 *Percentages vanuit de cliëntervaringsonderzoeken 2023 en 2024. De percentages voor 2025 zijn in de loop van 2026 beschikbaar
**De eerder opgenomen waarde (in begroting 2026) voor indicator 2 bleek niet representatief; op basis van een controle van de brongegevens is het (lagere) werkelijke aantal vastgesteld en in de tabel gecorrigeerd
***Voorlopige cijfers 2025 dashboard Wmo/Jeugd (meetmoment januari 2026, zonder eventuele na-declaraties over 2025)

Toelichting
We meten in hoeverre onze inzet bijdraagt aan het doel ‘inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk functioneren in een passende woonomgeving’ met een combinatie van cijfers uit het cliëntervaringsonderzoek (CEO), data waarstaatjegemeente en gegevens uit ons Wmo-dashboard. In 2025 hebben we het CEO uitgevoerd over de ondersteuning die in 2024 is geboden. Dit onderzoek laat zien dat inwoners de ondersteuning over het algemeen positief waarderen: een grote meerderheid is tevreden over het resultaat van de begeleiding en meer dan de helft geeft aan beter in zijn of haar vel te zitten. Tegelijkertijd zien we dat de winst in zelfstandigheid beperkter is: ongeveer een derde voelt zich zelfstandiger geworden en een vergelijkbare groep is neutraal. Dat betekent dat de hulp voor veel inwoners als helpend wordt ervaren, maar niet bij iedereen leidt tot het gevoel ‘ik kan het nu weer zelf’. Omdat het onderzoek een jaar achterloopt op de uitvoering en de respons beperkt is, gebruiken we de uitkomsten vooral als richtinggevend beeld.

Een belangrijk onderdeel van onze koers is de beweging naar het voorveld: meer gebruik van algemene en laagdrempelige voorzieningen. Hoeveel inwoners deze stap al maken, konden we in 2025 nog niet goed uit het CEO aflezen, omdat dit nog niet expliciet is uitgevraagd. Daarom zijn we in 2025 gestart met de doorontwikkeling van het CEO, die in 2026 verder wordt uitgewerkt. Met een aangescherpte vragenlijst en een hopelijk hogere respons verwachten we beter inzicht te krijgen in wat onze inzet oplevert – zowel voor de ervaren zelfstandigheid van inwoners als voor de verschuiving richting voorliggende voorzieningen.

Naast ervaringen kijken we naar het feitelijke gebruik van Wmo-maatwerk. Wat we zien is dat het gebruik van maatwerkvoorzieningen in 2025 (aantal unieke cliënten) licht lijkt te dalen ten opzichte van 2024, met een slag om de arm omdat er in 2026 nog na-declaraties over 2025 kunnen volgen. Tegelijkertijd zijn de kosten gestegen. Per saldo blijft het gebruik in Dronten relatief stabiel en binnen de afgesproken norm. Met de ingezette beweging naar het voorveld en het versterken van voorliggende en algemene voorzieningen verwachten we op termijn beter te kunnen sturen op instroom in maatwerk, terwijl maatwerk beschikbaar blijft voor inwoners die dit echt nodig hebben. Met deze koers streven we ernaar de uitgaven op termijn beter beheersbaar te houden.

Wat hebben we bereikt?
In 2025 hebben we inwoners passende ondersteuning geboden die over het algemeen als helpend en positief wordt ervaren. Het gebruik van maatwerkvoorzieningen blijft stabiel en binnen de afgesproken norm. Daarmee is de continuïteit van ondersteuning geborgd voor inwoners die dit nodig hebben.

De Wmo-ondersteuning helpt inwoners om hun dagelijks functioneren in de eigen woonomgeving te behouden of te verbeteren, en geeft houvast wanneer zelfstandig verder nog niet volledig mogelijk is.

Daarnaast is een belangrijke stap gezet in het versterken van de basis voor de beweging naar het voorveld. Door voorbereiding en het verbeteren van sturingsinformatie is de randvoorwaarde gecreëerd om vanaf 2026 gerichter te werken aan meer gebruik van algemene en voorliggende voorzieningen, zodat inwoners eerder en laagdrempeliger ondersteuning kunnen vinden en zo meer eigen regie kunnen ervaren.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
Op orde brengen en uitvoeren maatwerk
In 2025 lag binnen de Wmo de nadruk op het op orde brengen en uitvoeren van het maatwerk: passende ondersteuning bleef beschikbaar voor inwoners die daarop zijn aangewezen, waar en wanneer dat nodig is. Om dit te borgen zijn belangrijke stappen gezet, zoals het afronden van aanbestedingen (onder meer voor vervoer, cliëntondersteuning en hulpmiddelen) en het actualiseren van gemeentelijke beleidsregels en werkprocessen, zodat regelgeving en uitvoering weer aansluiten op de huidige werkwijze en ontwikkelrichting. Tegelijkertijd is in 2025 de basis gelegd voor de beweging naar het voorveld. Het aanbod aan voorliggende voorzieningen is daarbij nog niet wezenlijk uitgebreid, maar er is wel gewerkt aan voorbereiding en verkenning, zodat in 2026 per onderdeel binnen de Wmo gerichter kan worden gekeken welke voorliggende of collectieve oplossingen passend en haalbaar zijn.

Versterken gebruik algemene voorzieningen
Ook zijn er stappen gezet om de toegang en het gebruik van algemene voorzieningen verder te versterken. Via een informatiemarkt met aanbieders (Jeugd en Wmo) zijn partijen geïnformeerd over de ontwikkeling van de Stevige Lokale Teams en is input opgehaald voor de toekomstige inrichting van de toegang, wat heeft bijgedragen aan betere afstemming en gezamenlijke voorbereiding. Richting inwoners is ingezet op bewustwording en informatievoorziening, onder andere door de aanwezigheid van Wmo-gidsen bij de Dag van de Ouderen en een informatiebijeenkomst (via de provincie) over FlexRRReis en de bredere vervoersmogelijkheden. Tot slot is een verkenning uitgevoerd naar alternatieve, collectieve vervoersoplossingen, waarmee voldoende basis is gelegd om in 2026 een voorliggende vervoersvoorziening te realiseren en zo de beweging naar het voorveld ook binnen het vervoer verder vorm te geven.

Beleidsuitgangspunten Wmo regionaal

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Beleidsuitgangspunten Wmo regionaal

Het Regionaal kader Zorglandschap Wmo 2020-2026 is het kader waarmee we in de regio Flevoland werken. Het regelt de zorg voor zeer kwetsbare inwoners met ernstige psychische problemen.

Voor het ondersteunen van deze groep inwoners blijven vormen van gespecialiseerde ondersteuning en een gedifferentieerd aanbod nodig. Daarom blijft regionale samenwerking noodzakelijk, ook wanneer de verdere decentralisatie vorm krijgt. Het voorstel is om de samenwerking te organiseren op een manier die het beste aansluit bij lokale infrastructuren (lokaal waar mogelijk en regionaal waar nodig).

In het Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020-2026 staan de visie, ambities en transformatieopgaven van de Flevolandse gemeenten voor het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang voor de korte en middellange termijn. De hoofddoelen zijn:

  • Versterking draagkracht en draagvlak wijken, zodat inwoners zich er welkom voelen.
  • Huisvesting en beschikbaarheid van voldoende woningen.
  • Intensivering van een gedifferentieerd en gespreid aanbod van ambulante en (hoog)specialistische zorg en ondersteuning.
  • Transformatie binnen de beschikbare budgetten.
  • Cliëntondersteuning, ervaringsdeskundigheid en betrokkenheid van de omgeving.

Dit regionaal kader zorglandschap sluit aan bij de vier maatschappelijke effecten die zijn opgenomen in het Strategisch beleidskader ‘Mensen maken de samenleving’ en bijbehorende uitvoeringsplannen.

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Wat wilden we bereiken?

Inwoners wonen in een veilige en beschermde omgeving
          4) In 2026 is er één toegang beschermd wonen in de vorm van een hybride toegang26.

Toelichting
Tot en met 2024 was de centrale toegang tot beschermd wonen in Flevoland bij de GGD Flevoland belegd. Regionaal is bepaald dat de centrale toegang wordt omgevormd naar een hybride toegang beschermd wonen, uitgevoerd door de lokale gemeenten. 2025 was hiervoor het overgangsjaar en per 1 januari 2026 moest de hybride toegang zijn gerealiseerd.

Wat hebben we bereikt?
In het overgangsjaar 2025 is hybride toegang mogelijk gemaakt. Dankzij deze nieuwe werkwijze kunnen we de ondersteuningsvragen van inwoners meer integraal benaderen. Het stelt ons in staat om het brede scala aan aanbod dat we ontwikkelen optimaal in te zetten. Daarnaast sluit de toegang tot Beschermd Wonen beter aan op het lokale voorveld in de regiogemeenten, waardoor versnippering in de toegang wordt verminderd.

Deze ontwikkelingen dragen er gezamenlijk aan bij dat inwoners zorg en ondersteuning ontvangen die zo goed mogelijk aansluit bij hun behoeften en, waar dat kan, zo dicht mogelijk bij huis wordt aangeboden. Bovendien richten we de toegang zó in dat inwoners hun verhaal nog maar één keer hoeven te doen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
In 2025 zijn onderstaande stappen gezet. Dit heeft ertoe geleid dat de hybride toegang per 01-01-2026 volledig is overgegaan naar de lokale gemeenten (waar onder ook Dronten) met administratieve ondersteuning van de centrumgemeente (i.c. Almere). Daarnaast wordt regionaal samengewerkt om cases te bespreken.

  • Uitwerken van het werkproces toegang Beschermd Wonen.
  • Inrichten van de ICT systemen in alle regiogemeenten.
  • Inwerken en scholen van het hybride toegangsteam.
  • Communicatie naar interne en externe stakeholders, naar zorgaanbieders en naar inwoners van Flevoland.

Inwoners wonen in een veilige en beschermde omgeving
          5) In 2026 is een verkenning uitgevoerd op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang wat er per gemeente aan voorzieningen nodig is (Op-, om- en afbouwplan)26.

Toelichting
Met het uitvoeringsplan op- om en afbouw Beschermd Wonen (hierna OOA-plan) wordt geprobeerd een antwoord te geven op de vraag welke voorzieningen we moeten op, om- of afbouwen in onze regio om te komen tot een toekomstbestendig zorglandschap. Daarbij staan de volgende vraagstukken centraal:

  • Aan welke woonzorgvormen voor Beschermd Wonen is behoefte in de regio?
  • Welke mogelijkheden zijn er om op-om-af te bouwen binnen het huidige aanbod?
  • Wat is er aanvullend op het huidige aanbod nodig?

Wat hebben we bereikt?
In 2025 is er inzicht verkregen in de benodigde hoeveelheid met betrekking tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang en hoe deze regionaal georganiseerd kunnen worden in het OOA-plan. Daarmee wordt bijgedragen aan een betere spreiding van het zorglandschap.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
Uitwerken OOA-plan
Bovenstaande heeft in 2025 geresulteerd in een spreidingsplan waarin wordt aangegeven welke voorziening op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in welke gemeente gerealiseerd, uitgebreid of afgebouwd kan worden. De volgende stap is om het spreidingsplan per gemeente verder uit te werken. Dit zal de komende jaren plaatsvinden.

Bescherming van kwetsbare groepen
In 2025 lag de nadruk op de bescherming van kwetsbare groepen, zoals slachtoffers van huiselijk geweld, kindermishandeling en psychisch kwetsbare mensen. De regionale visie op huiselijk geweld werd geïntegreerd in het Uitvoeringsprogramma Bestaanszekerheid, waarbij aandachtsfunctionarissen trainingen gaven aan professionals en Veilig Thuis Flevoland meer advies- en ondersteuningsvragen behandelde. Er werd ook gewerkt aan betere zorg voor mensen met verward gedrag, mede dankzij het Regionaal Kader Zorglandschap Wmo Flevoland 2020-2026. De pilot Samen Sterker in de Wijk is in 2025 gecontinueerd om een inclusieve en veerkrachtige samenleving te bevorderen door vroegtijdig in gesprek te gaan met inwoners.

In Dronten werd extra aandacht besteed aan psychisch kwetsbare mensen en het doorbreken van de geweldsspiraal. De samenwerking rond huiselijk geweld en kindermishandeling werd versterkt door de uitvoering van de visie en het organiseren van netwerkbijeenkomsten. De ondersteuning werd verder verbeterd door betere zichtbaarheid van zorgbehoeften en passende hulp voor verward gedrag. In 2026 wordt er verder gewerkt aan de uitbreiding van samenwerking en het monitoren van de behaalde resultaten en de effecten daarvan.

Uitvoeren regioplan Integraal Zorgakkoord
In 2025 werd, met middelen uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), ingezet op het versterken van preventie binnen het sociaal domein om zwaardere zorg te voorkomen. In Oost-Flevoland werd de Flevolandse avond- en nachtdienst (FAN) gestart en werden transformatiegelden aangevraagd voor mentale gezondheid, die vanaf 2026 regionaal ingezet zullen worden.

Daarnaast begon de opzet van een regionale preventie-infrastructuur en hebben de eerste gesprekken plaats gevonden om de samenwerking tussen eerstelijnszorg en het sociaal domein te verbeteren, een proces dat in 2026 verder vorm krijgt.

De uitvoering in 2025 werd echter vertraagd door onduidelijke regelgeving en wijzigingen in rijksbeleid, waardoor de transitie van zorg naar het sociaal domein meer tijd vroeg dan verwacht. De beoogde ontlasting van de zorgsector door preventieve inzet wordt dan ook vooral op de lange termijn verwacht. In 2026 wordt regionaal beleid ontwikkeld voor mentale gezondheidsnetwerken en worden concrete activiteiten uitgewerkt. De beschikbaarheid van middelen vanuit het IZA voor de gemeente Dronten is nog onzeker, en er is behoefte aan verdere beleidsmatige scherpte om de inzet effectiever te maken.

Verankeren van inclusie en toegankelijkheid in beleid en uitvoering
In 2025 zijn de eerste stappen gezet om het gemeentelijk handelen structureel beter te laten aansluiten op de behoeften van de samenleving. Daarbij is ingezet op:

  1. Het agenderen van het thema ‘inclusie en toegankelijkheid’.
  2. Het inventariseren van de ‘discriminatie-ervaring’ in Dronten.
  3. Het uitvoeren van pilotprojecten gericht op het benutten van ervaringsdeskundigheid.

Activiteiten die hierbij passen zijn onder andere het opzetten van een regionale bewustwordingscampagne rondom toegankelijkheid tijdens de Week van de Toegankelijkheid en het uitvoeren van een toegankelijkheidsschouw.
Hiermee is in 2025 een basis gelegd voor een structurele verankering van inclusie in beleid en uitvoering.

Beleidsuitgangspunten eenzaamheid

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Beleidsuitgangspunten eenzaamheid

Preventieve inzet op ontmoeting, zingeving en laagdrempelige ondersteuning draagt bij aan het versterken van sociale netwerken en mentale veerkracht. Dit leidt tot het tegengaan van eenzaamheid. Ons beleid in ‘Mensen maken de Samenleving’ is erop gericht om eenzaamheid te verminderen. Gezien de maatschappelijke urgentie is eenzaamheid hier in het bijzonder uitgelicht.

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Wat wilden we bereiken?

We willen het informeel vangnet/netwerk versterken en daarmee de eenzaamheid verminderen
          6) In 2026 is de gemiddelde eenzaamheid lager dan 25,3%26.

Hoe hebben we dit gemeten?

Type eenzaamheid*

2022

2024

2025

Matig eenzaam 18-64 (%) 

35% 

32

Nb

Matig eenzaam 65+ (%) 

38% 

37

Nb

Sterk eenzaam 18-64 (%)  

12% 

16% 

Nb

Sterk eenzaam 65+ (%)  

9% 

10% 

Nb

Emotioneel eenzaam 18-64 (%) 

28% 

31% 

Nb

Emotioneel eenzaam 65+ (%) 

23% 

24% 

Nb

Sociaal eenzaam 18-64 (%) 

31% 

33% 

Nb

Sociaal eenzaam 65+ (%) 

33% 

31% 

Nb

Gemiddelde eenzaamheid (%) 

26,1% 

26,8% 

Nb

*Bron: GGD-gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen (18-64 jaar) en ouderen (65+) 2024. Geraadpleegd op 05-02-2026. De cijfers wijken af van eerder getoonde cijfers (van 25,3% in 2024 naar 26,8% in 2024). De GGD verklaart dit als volgt: 'Het kan zijn dat er kleine verschillen zijn tussen de cijfers in dit dashboard en eerder gepubliceerde cijfers. Dit komt door verschillen in methodologie’

Toelichting
Tussen 2022 en 2024 is de gemiddelde eenzaamheid in Dronten licht toegenomen (26,1% naar 26,8%). Deze beperkte stijging maskeert echter een verschuiving in de aard en zwaarte van de problematiek, met name bij inwoners van 18–64 jaar.

In deze leeftijdsgroep daalt het aandeel matig eenzamen, terwijl het aandeel sterk eenzamen duidelijk toeneemt. Dit wijst op een verergering van bestaande eenzaamheidsklachten. Met name de emotionele eenzaamheid neemt toe. Deze vorm van eenzaamheid – het gemis aan betekenisvolle, hechte relaties – is minder zichtbaar, maar heeft grote impact op mentale gezondheid en veerkracht. Factoren zoals werk- en mantelzorgdruk, individualisering en beperkte tijd voor duurzame sociale relaties spelen hierbij een rol.

Bij 65-plussers blijven de cijfers grotendeels stabiel, met een lichte stijging van sterke en emotionele eenzaamheid. Dit duidt enerzijds op een relatief stevige sociale basis in Dronten, maar anderzijds op een kwetsbare groep ouderen bij wie verlies van gezondheid of netwerk snel kan leiden tot toegenomen eenzaamheid.

De cijfers laten zien dat eenzaamheid in Dronten niet zozeer toeneemt in omvang, maar in zwaarte en complexiteit. Dit vraagt om een beleidsmatige focus op vroegsignalering en preventie, met aandacht voor emotionele verbinding naast ontmoeting en participatie. Specifieke aandacht voor levensovergangen zoals scheiding, mantelzorg en pensionering, kan verdere verzwaring helpen voorkomen.

Wat hebben we bereikt?
In 2025 hebben we bijgedragen aan het versterken van het informele vangnet om zo de groeiende zwaarte en complexiteit van eenzaamheid onder inwoners beter te kunnen opvangen. Door aandacht te hebben voor emotionele verbinding, vroegtijdige signalen en de levensmomenten waarop mensen kwetsbaar zijn, dragen we eraan bij dat inwoners meer steun, contact en verbondenheid kunnen ervaren. Daarmee zetten we stappen om eenzaamheid te verminderen en bestaanszekerheid te versterken.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
Versterken informele vangnet
In 2025 is hierop concreet ingezet door het versterken van ontmoeting en verbinding in wijken en kernen, het beter benutten en ondersteunen van ontmoetingsplekken en het stimuleren van laagdrempelige activiteiten die inwoners met elkaar in contact brengen. Daarnaast is een pilot gestart binnen Ontmoeten en Verbinden, waarbij verschillende activiteiten op diverse ontmoetingsplaatsen centraal staan, gericht op het vergroten van bereik en deelname en het leren wat in de praktijk het meest effectief is om eenzaamheid te verminderen.

Verder is gewerkt aan de realisatie van het ZorgSamenpunt om de ondersteuning voor mantelzorgers en vrijwilligers (ondersteunings)vraag toegankelijker en beter samenhangend te organiseren. De bestaande coalitie tegen eenzaamheid (ZamenEen) is in 2025 opnieuw tegen het licht gehouden en verder uitgebreid, met als doel om samen met partners de koers en inzet voor 2026 te bepalen. Tot slot is via Samen Actief ingezet op buurtbinding, activering en ondersteuning van bewonersinitiatieven, zodat inwoners elkaar makkelijker weten te vinden en sociale netwerken worden versterkt.

Beleidsuitgangspunten mantelzorg en vrijwilligerswerk

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Beleidsuitgangspunten mantelzorg en vrijwilligerswerk

De gemeente Dronten kent een sterke traditie van informele inzet. Mantelzorgers en vrijwilligers zorgen dagelijks voor ondersteuning, verbondenheid en leefbaarheid in onze gemeenschap. Zij vormen een onzichtbare, maar cruciale laag onder het formele zorg- en welzijnssysteem. Juist in een tijd waarin meer mensen langer thuis wonen en de druk op formele voorzieningen toeneemt, is deze inzet van onschatbare waarde.

De cijfers van mantelzorg en vrijwilligers bevestigen wat we in de praktijk al langer signaleren: de informele inzet is groot, maar kwetsbaar. Mantelzorgers zijn vaak moeilijk vindbaar, zeker jongeren en werkenden die hun zorgtaken combineren met studie of werk. Vrijwilligerswerk verandert: mensen willen zich graag inzetten, maar vaak op flexibele en kortdurende basis. Structurele, langdurige inzet wordt lastiger te organiseren. Tegelijk neemt de maatschappelijke druk toe: de zorgvraag stijgt, voorzieningen verschralen en de samenleving doet steeds vaker een beroep op de bereidheid van inwoners om voor elkaar te zorgen.

Als mantelzorg en vrijwilligerswerk wegvallen of sterk afnemen, zijn de gevolgen verstrekkend. Mensen met een hulpvraag verliezen niet alleen praktische ondersteuning, maar ook sociaal contact en veiligheid. Zonder mantelzorger neemt de kans op overbelasting, ziekenhuisopname of professionele hulpverlening toe. Als vrijwilligers in Dronten wegvallen, komt de sociale samenhang en uitvoering van welzijnsvoorzieningen onder druk te staan. Dit leidt tot minder ontmoeting, meer eenzaamheid en verminderde participatie.

Daarnaast schuift de druk door naar het formele systeem. Wanneer informele inzet zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk wegvalt, komt er extra druk te liggen op het sociale netwerk van inwoners. Hulpvragen komen dan vaker terecht bij vrijwilligerspunten, buurtnetwerken en welzijnsorganisaties. Als ondersteuning daar niet toereikend is of ontbreekt, verschuift de vraag naar zwaardere voorzieningen zoals de Wmo en wijkverpleging. Dit leidt tot langere wachttijden, hogere kosten en minder ruimte voor maatwerk. Tegelijk raken de mantelzorgers en vrijwilligers die nog actief zijn zwaarder belast, met een groter risico op uitval. Zo ontstaat een vicieuze cirkel die de sociale infrastructuur in onze gemeente onder druk zet.

Zonder de stille krachten van mantelzorgers en vrijwilligers wordt de samenleving zakelijker, individualistischer en minder warm. Daarom investeert de gemeente actief in het versterken, vernieuwen en waarderen van mantelzorg en vrijwilligerswerk. Niet alleen vanuit betrokkenheid, maar ook uit noodzaak.

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Wat wilden we bereiken?

We willen het informeel vangnet/netwerk versterken  
          7) In 2026 is het percentage vrijwilligers 27% of hoger26.
          8) In 2026 is het percentage mantelzorgers 13% of hoger26.
          9) In 2026 is het percentage belaste mantelzorgers lager dan 33%26.

Hoe hebben we dit gemeten?

Mantelzorg en vrijwilligerswerk

2022

2024

2025

8. Vrijwilligers (%) 

29%

26%

Nb

9. Mantelzorgers (%)? 

13%

13%

Nb

10. Belaste mantelzorgers (%)? 

31%

33%

Nb

Toelichting
Over 2025 zijn er geen cijfers bekend. Wel zien we dat vrijwilligerswerk steeds flexibeler en kortdurender wordt, waardoor het belangrijk was het vrijwilligersveld aantrekkelijk en toegankelijk te houden om de betrokkenheid op peil te houden. Dit vraagt om vernieuwde vormen van ondersteuning. We hebben extra ingezet op waardering en ondersteuning van mantelzorgers, omdat hun inzet cruciaal blijft en goede begeleiding nodig is om zorgtaken gezond te kunnen blijven uitvoeren

Tegelijkertijd hebben we extra aandacht besteed aan het terugdringen van mantelzorgbelasting, omdat overbelasting kan leiden tot uitval of zwaardere zorgvragen. Door in te zetten op tijdige signalering, toegankelijke ondersteuning en een goede verbinding met formele partners hebben we stappen gezet om het aandeel zwaar belaste mantelzorgers verder te verlagen.

Wat hebben we bereikt?
Versterken vrijwilligerswerk
De gemeente Dronten heeft in 2025 actief ingezet op het versterken van het informele netwerk door vrijwilligers te ondersteunen en zichtbaar te maken. Vrijwilligers vormen een essentieel onderdeel van de sociale infrastructuur en helpen inwoners om hun zelfredzaamheid te versterken. De maatschappelijke trend laat zien dat vrijwilligerswerk verandert: mensen willen zich graag inzetten, maar vaker kortdurend en flexibel. Dit vraagt om vernieuwde vormen van ondersteuning. Door meer ruimte te creëren voor ontmoeting en verbinding willen we een meer betrokken vrijwilligersveld. Daarnaast is Matchpoint doorontwikkeld, waardoor de ondersteuning aan vrijwilligers en verenigingen toekomstbestendiger en beter toegankelijk is geworden.

Stimuleren gebruik van mantelzorgondersteuning
In 2025 heeft de gemeente de ondersteuning voor mantelzorgers verder versterkt om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten. We hebben ingezet op betere vindbaarheid, toegankelijkheid en herkenbaarheid van ondersteuning, zodat mantelzorgers tijdig de hulp kunnen krijgen die zij nodig hebben. De rol van het Informatiepunt Mantelzorg is hierbij verder verstevigd, waardoor inwoners eenvoudiger de juiste ondersteuning weten te vinden. Daarnaast is de basis gelegd voor een meer samenhangende en toekomstbestendige ondersteuningsstructuur, met de ontwikkeling van een centraal punt waar mantelzorgers terecht kunnen voor informatie, advies en doorverwijzing. Dit draagt bij aan een stevig fundament onder het informele netwerk dat zo essentieel is voor een zelfstandig en veerkrachtig Dronten.

Pakket 6O Gezonde leefstijl

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6O Gezonde leefstijl - Inhoud

Op basis van de huidige programmastructuur is de Algemene voorziening Jeugd onderdeel van pakket O in programma 6. De overige taken uit pakket O staan in programma 5. Inhoudelijk verwijzen wij u daarom graag door naar programma 5.

Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden - Inhoud

De gemeente Dronten werkt vanuit de overtuiging dat ieder kind recht heeft op een veilige, gezonde en kansrijke omgeving om in op te groeien. Onze inzet binnen het sociaal domein is erop gericht om inwoners – jong en oud – te ondersteunen in het versterken van hun eigen veerkracht. Dit betekent dat we hen helpen om beter om te gaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen. We geloven in een samenleving waarin inwoners meedoen, ondersteund door hun sociale netwerk en waar nodig met professionele hulp. De rol van de overheid is faciliterend, gericht op preventie en het voorkomen van zwaardere hulp. Voor jeugdigen betekent dit dat zij zoveel mogelijk thuis opgroeien in een stabiele en veilige omgeving, met ondersteuning die licht en laagdrempelig is als dat kan, en specialistisch en intensief als dat moet. De lichte en laagdrempelige ondersteuning zal in de toekomst worden geboden vanuit stevige lokale teams en het versterkte vrij toegankelijke aanbod. De specialistische en intensieve zorgvormen gaan we vanaf 2027 regionaal inkopen.

Beleidsuitgangspunten

Terug naar navigatie - Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden - Beleidsuitgangspunten

De huidige inzet van jeugdhulp op basis van de huidige jeugdwet leidt onvoldoende tot versterking van eigen kracht. Landelijk, en ook in Dronten, neemt de afhankelijkheid toe en preventieve inzet leidt vooralsnog niet aantoonbaar tot minder instroom in zwaardere hulp. De wet- en regelgeving van de vernieuwde Jeugdwet en de landelijke Hervormingsagenda vormen de basis van de noodzakelijke aanpassingen van de jeugdhulp om de kosten te beheersen en de hulp anders/efficiënter te organiseren.

In het verlengde van de Jeugdwet en de Hervormingsagenda staan de beleidsdoelen uit het strategisch beleid centraal (Geïndiceerde jeugdhulp is vooral beschikbaar voor kinderen met een complexe zorgbehoefte; Kinderen en jongeren groeien zoveel mogelijk thuis op; Stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van preventieve en lichte vormen van ondersteuning in relatie tot het % geïndiceerde voorzieningen). Om deze doelen te behalen, heeft de aanpak van jeugdhulp in Dronten aanpassingen nodig. Het feit dat vanuit het Rijk structureel onvoldoende compensatie is om de jeugdhulp te hervormen, remt ons niet in het doorvoeren van deze aanpassingen.  

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden - Wat wilden we bereiken?

We willen de jeugdhulp effectiever en duurzamer te maken  
          1) In 2029 is het aantal jeugdigen (en hun ouders) die ondersteuning krijgen door of vanuit het lokale team en de pedagogische basis 450 meer dan in 2025 zijn bereikt met de preventieve                          jeugdhulp26.
          2) In 2029 is het aantal jeugdigen die in dat jaar zorg op basis van een beschikking hebben ontvangen ten opzichte van 2025 gehalveerd26.
          3) In 2029 is de gemiddelde zorgduur van ambulante zorgvormen met 10% afgenomen ten opzichte van 202526.
          4) In 2029 is de gemiddelde zorgduur van jeugdhulp met verblijf (m.u.v. gezinsgericht) minder dan 9 maanden26.
          5) In 2029 is het aantal jeugdigen in verblijf en jeugdbescherming 15% afgenomen ten opzichte van 202526.
          6) In 2029 is 70% van het totaal aan jeugdhulp met verblijf gezinsgericht ten opzichte van 202526.

Hoe hebben we dit gemeten?

 

2024

2025

1. Unieke jeugdigen in preventieve jeugdhulp

734 (april-dec 2024) 

Nb

1. Aantal jeugdigen die binnen 2 jaar alsnog doorstroomt naar jeugdhulp

Nb 

Nb

2. Unieke jeugdigen per jaar waarop is gedeclareerd

970 

921*

*Stand per 1-1-2026

3. Gemiddelde beschikkingsperiode per jaar voor specialistische en hoog specialistische jGGZ, behandeling groep, logeren

2024

2025

Behandeling specialistische jGGZ

Nb 

104

Behandeling hoog specialistische jGGZ

Nb 

42

Behandeling groep

Nb 

43

Logeren  

Nb 

39

 

 

2024

2025

4. Gemiddelde zorgduur van feitelijk verblijf (start en einde zorg) jeugdhulp met verblijf

Nb 

31 maanden*

5. Aantal jeugdigen in jeugdbescherming per jaar

117

99*

*Stand per 1-1-2026

6. Aantal jeugdigen in verblijf en beschikkingen verblijf uitgesplitst naar verblijfsvorm*

2024 toewijzingen

2024 declaraties

2025 toewijzingen

2025 declaraties

Ambulant (VPT en/of TOM)

8

8

11

12

Pleegzorg

37

34

36

36

Gezinshuis

-

14

5

Begeleid wonen/woon- en leefgroep

28

30

41

36

Behandeld wonen

22

21

20

21

Behandeld wonen 3M

3

2

2

1

Jeugdzorg plus

8

8

6

6

Totaal aantal toewijzingen/declaraties

106 

103

130

117

Unieke jeugdigen 

88 

83

93

89

Aantal verblijfsvormen per jeugdige

1,2 

1,4

1,4

1,31

*Stand per 1-1-2026

Toelichting
De opgestelde SMART-doelen zijn voor de langere termijn opgesteld, zijn hierdoor richtinggevend en worden in samenhang met elkaar beschouwd. De meetgegevens van 2025 vormen de 0-meting waarin we vanaf 2026 de voortgang van het beleid volgen.

Om de jeugdhulp effectiever en duurzamer te maken, wordt ingezet op een andere organisatie van ondersteuning. De focus ligt op het bieden van meer vrij toegankelijke ondersteuning, ontlasting van het systeem en meer ruimte voor professionals om doelgericht te werken aan passende hulp. 

Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • Slimmer organiseren: inzet op collectieve ondersteuning via Stevige Lokale Teams en pedagogische basis (geen beschikking nodig).
  • Beschikkingsvrije ondersteuning opschalen: experimenten en pilots worden structureel ingezet.
  • Regionale inkoop: alle beschikte jeugdhulp gericht op complexe problematiek wordt regionaal ingekocht.
  • Meer ruimte voor professionals: minder administratie, meer regie op kwaliteit en toegankelijkheid.
  • Doelgericht sturen: op afname van doorlooptijd, uithuisplaatsing en inzet zwaardere hulp. 

Wat hebben we bereikt?
Om inwoners gelijke kansen te bieden en hen meer regie te laten voeren over hun eigen leven, wordt de komende jaren in stappen toegewerkt naar een jeugdhulpstelsel dat effectiever en duurzamer georganiseerd is. In 2025 zijn de financiële randvoorwaarden gecreëerd om de gewenste ombuiging te kunnen maken. In 2026 werken we met partners aan een plan voor de versterking van het algemeen toegankelijk aanbod en de eerste pilot Stevige Lokale teams. Daarbij ontstaat een aanpak die beter aansluit bij wat kinderen en gezinnen nodig hebben. Deze koers draagt eraan bij dat zwaardere vormen van hulp op termijn kunnen worden verkort dan wel voorkomen en dat jeugdhulp toegankelijk, doelgericht en toekomstbestendig blijft.

Wat hebben we daarvoor gedaan?
Op 1 juli 2025 zijn de uitvoeringsprogramma’s vastgesteld. De doelen voor jeugdhulp zijn opgenomen in de programma’s Kansengelijkheid vergroten en Gezond samenleven versterken.

Versterken inzet preventieve jeugdhulp en verminderen inzet op jeugdhulp op basis van een beschikking 
In 2025 is het preventieve jeugdhulpaanbod voortgezet conform de raamovereenkomst Preventieve Ondersteuning Jeugd 2024–2028. Vanuit het beschikkingsvrije preventieve aanbod zijn ongeveer 750 kinderen ondersteund. Succesvolle pilots, waaronder BSO+ en Piep ziet de Muis, zijn structureel ingebed in het reguliere aanbod. Daarnaast is het aanbod uitgebreid met groepsgerichte preventieve GGZ; voor het schooljaar 2025/2026 is een pilot gestart op het VSO Aurum College in samenwerking met de gemeente Lelystad.

In 2025 is gestart met de monitoring van preventieve ondersteuning en de doorstroom naar beschikte jeugdhulp via een trusted third party. De monitor wordt in 2026 verder doorontwikkeld voor vroegsignalering en trendanalyse; inzicht in effectiviteit en instroombeperking wordt vanaf 2027 verwacht.

De inzet van de POH GGZ Jeugd bij huisartsen is in 2025 niet gerealiseerd vanwege het ontbreken van een gezamenlijke organisatiestructuur bij huisartsen. Deze inzet was nodig om samen met de inzet van GGZ op school en de basis GGZ te zorgen voor het terugdringen van het beroep op specialistische  jeugd GGZ. Daarom gaan we nu onderzoeken hoe deze ondersteuningsvorm te kunnen realiseren, onder andere binnen de stevige lokale teams. De therapeutische aanpak bij complexe echtscheidingen is voortgezet. Daarnaast is met ketenpartners een startnotitie opgesteld voor een gezamenlijke aanpak in de eerste fase van echtscheiding.

De samenwerking in het lokale netwerk is versterkt via een brede netwerkbijeenkomst met onderwijs, opvang, jeugdhulp, sport, ouders en jongeren, gericht op het versterken van de pedagogische basis.

De regeling Sociaal Medische Indicatie is in 2025 intensiever ingezet dan in 2024; voor 15 kinderen is na medische beoordeling een SMI toegekend. Het betreft een wettelijke taak die als doel heeft opvang te bieden aan kinderen van ouders die tijdelijk niet voldoende voor hun kinderen kunnen zorgen.

Bouwen aan stevige lokale teams 0-100
In 2025 zijn in- en extern voorbereidende bijeenkomsten gehouden over de landelijk afgesproken taken van de stevige lokale teams en is informatie opgehaald over hoe partners, collega’s en aanbieders aankijken tegen deze ontwikkeling. Daarnaast is in kaart gebracht hoe ouders het huidige toegangsproces ervaren. Vanaf september 2025 is de projectgroep stevige lokale teams gestart met leden vanuit Wmo, P-wet, Jeugdwet en Welzijn. Het uitgewerkte projectplan zal in Q1 2026 worden vastgesteld. De aanloopfase heeft meer tijd in beslag genomen dan was voorzien. Dit komt vooral omdat er veel andere projecten zodanig sterk samenhangen met dit project dat we meerdere opdrachten aan elkaar hebben gekoppeld en samenhang hebben aangebracht in de planning daarvan. Deze opdrachten zijn:

  • Versterking van de sociale en pedagogische basis
  • Steviger verankeren van het welzijnswerk
  • Gebiedsgericht werken in lokale teams – pilots stevige lokale teams
  • Uitbreiding van het (collectief) vrij toegankelijk aanbod door omzetting van jeugdhulp op basis van een beschikking
  • Regionale inkoop van zorgvormen die in de nieuwe wetgeving is vastgelegd (per 2027)
  • Lokale inkoop van de lokale zorgvormen en de stevige lokale teams (per 2029)
  • Aanpassing/inperking van de verordening sociaal domein

In de planning is meer tijd opgenomen om in pilots te oefenen met de stevige lokale teams. De druk op de gidsen, partners en aanbieders is dermate groot dat we de capaciteit niet kunnen vrijmaken om de stevige lokale teams overal tegelijk te laten starten. Een gefaseerde opbouw maakt het mogelijk om te oefenen, daarvan te leren, uit te breiden vanuit het geleerde en uiteindelijk met meer draagvlak en een kwalitatieve doorontwikkeling op volledige sterkte te zijn in 2028. De aanpassingen in de planning hebben als consequentie dat de financiële opgave voor jeugdhulp – het terugbrengen van de incidentele extra middelen tot 0 – een jaar naar achteren schuift.

Terugdringen van de uithuisplaatsingen en de duur daarvan
In het afgelopen jaar is het niet gelukt om het aantal uithuisplaatsingen terug te dringen. Wel zijn er door de inzet van TaS (team anders) en TOM (thuis op maat) uithuisplaatsingen voorkomen. TaS is 6 keer ingezet en bij die casussen is de uithuisplaatsing voorkomen. De totale omvang van de UHP in Dronten ligt verhoudingsgewijs nog wel laag (totaal aandeel jeugdigen in Dronten ten opzichte van de regio ligt rond de 9%).

 

2024

 

2025

 

Flevoland

1180

 

1102

 

Dronten

83

7,03%

89

8,08%

Uit onderzoek door de gedragsdeskundigen is gebleken dat alle nieuwe plaatsingen in de eerste helft 2025 volgens de juiste procedure zijn verlopen en inhoudelijk op de juiste manier zijn beoordeeld. In de andere gemeenten lopen de aantallen jeugdigen in verblijf wel terug. Binnen de regio sociaal domein Flevoland is Dronten daarmee een uitzondering.

De gidsen jeugd in Dronten zijn vaker dan in andere gemeenten zelf de verwijzer van jeugdhulp. In andere gemeenten ligt dit percentage op 26,5% tegen 68,2% procent eigen verwijzingen in Dronten. Daardoor heeft Dronten relatief veel zicht op de problematiek van de gezinnen. Doordat de jeugdwet een open einde regeling is, is er geen mogelijkheid om de hulp niet in te zetten zodra de noodzaak is vastgesteld. Specifiek voor verblijf ligt de eigen verwijzing op 33% regionaal en 53% lokaal.

In 2025 is er relatief veel crisishulp ingezet. Er zijn in totaal 25 crisissituaties geweest waar hulp op is ingezet. Dit is meer dan voorgaande jaren. Daarnaast zijn er opnieuw zes jeugdigen geplaatst in de jeugdzorg plus. Omdat de totale verblijfsduur van deze jeugdigen hoger lag dan de raming, is de begroting overschreden.

In januari zijn de nieuwe contracten voor jeugdhulp met verblijf gestart. In deze contracten zijn afspraken gemaakt over de duur van de plaatsingen, zo moet er bijvoorbeeld ook geïnvesteerd worden in de thuissituatie door de aanbieder. Of hierdoor de duur daadwerkelijk korter zal worden, wordt door de regio gemonitord en in de kwartaalgesprekken met de aanbieders. Doordat de contracten pas een jaar lopen, zijn er op dit moment nog niet genoeg gegevens beschikbaar om al aan te geven of de duur van de uithuisplaatsingen terugloopt.

De regio heeft in het afgelopen jaar de TOM trajecten onderzocht op effectiviteit. Uit dit eerste onderzoek is gebleken dat in Dronten in de helft van de casussen (regionaal) de hulp succesvol kon worden afgesloten of overgedragen kon worden naar een lichtere vorm van hulp. In de andere helft is de zorg niet succesvol geweest en is een jeugdige alsnog uithuisgeplaatst. Daarnaast blijkt het voor aanbieders lastig om met goede alternatieve oplossingen te komen, de huidige financieringsvorm helpt hierbij niet. Aangezien het een zeer kostbare vorm van hulp betreft, zal er in het komende jaar onderzocht worden of de contractering op één andere manier kan worden afgesloten en of de hulp effectiever kan worden.

Om te onderzoeken of er verdere mogelijkheden zijn om de uithuisplaatsingen terug te dringen, loopt in 2026 een leertraject onder begeleiding van een ervaringsdeskundige orthopedagoog. In dit leertraject staan de duur van de zorg en de uithuisplaatsingen centraal.

Vanuit het AZC is een aantal jeugdigen geplaatst in verblijf. De kosten hiervan kunnen in Q2 2026 via de SPUK niet beoogde jeugdzorgkosten teruggevraagd worden. Dronten zal hiervoor een aanvraag van rond de € 350.000 indienen.

Verkorten van de doorlooptijden van ambulante jeugdhulp op basis van een beschikking 
In 2025 hebben we regionaal voorbereidingen getroffen voor een gezamenlijke inkoop van vormen van ambulante jeugdhulp die gericht zijn op complexe problematiek. Onder andere door het bewerkstelligen van een effectievere regionale samenwerking tussen zorgaanbieders, gemeenten en andere partijen, verwachten we vanaf 2027 zowel de wachttijden als doorlooptijden van de jeugdhulp te verkorten.  

Op basis van de data per 1-1-2026 is het aantal cliënten met een vorm van lokale jeugdhulp nagenoeg gelijk aan het geprognotiseerde aantal. We zien dat de kosten voor begeleiding groep per dossier fors zijn gestegen ten opzichte van 2024. Dit heeft onder andere te maken met inzet van meer of intensievere dagbesteding voor jongeren die (tijdelijk) uitvallen uit het onderwijs. Bij behandeling zien we een stijging in de kosten per dossier bij behandeling groep en behandeling gezinsgericht als gevolg van complexer wordende problematiek, waardoor kinderen en gezinnen langer of intensiever gebruik maken van de hulp. Deze vormen van jeugdhulp worden per 2027 regionaal ingekocht.

 Opbouwen van een robuuste regio
De in december 2024 door ons vastgestelde intentieovereenkomst regionale samenwerking Sociaal Domein Flevoland is destijds niet ondertekend door Lelystad. De uitwerking van de intentieovereenkomst in een concepttekst voor een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling is de eerste maanden van 2025 door de vijf gemeenten voorbereid en in mei tijdelijk stopgezet in afwachting van het advies van de deskundigencommissie. Naar aanleiding van het rapport heeft de samenwerking binnen de regio een nieuwe impuls gekregen. Dat heeft geleid tot vaststelling van een aangepaste intentieovereenkomst in december 2025 en de voorbereiding voor de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling is in volle gang.

Voorbereidingen getroffen voor regionale inkoop 2027
Vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg hebben we regionaal voorbereidingen getroffen voor een nieuwe inkoop van verschillende vormen van jeugdhulp (jeugd GGZ, Logeren, Kinderdagcentrum, Multidisciplinaire jeugdhulp). Een belangrijk uitganspunt hierbij is het realiseren van een besparing door het inrichten van een efficiëntere en administratief luwe inkoop. In samenwerking met zorgaanbieders en andere partijen (zoals het onderwijs, adviesraden en ervaringsdeskundigen) zijn de aanbestedingsstukken in 2025 opgesteld en klaargezet voor publicatie begin 2026.

Beheren van ontwikkelingen in jeugdhulp (begroting, tarieven, aantal)
De tweede Tussenrapportage heeft geleid tot aanpassingen in de begroting 2025 die zijn verwerkt in de begroting 2026. Voor de versterking van het inhoudelijk en financieel inzicht in het sociaal domein is eind 2025 een opdracht opgesteld die in 2026 wordt uitgevoerd. Daarnaast is de eerste fase van de monitor sociaal domein opgeleverd inclusief een gebiedsmonitor sociaal domein (individuele ondersteuning en hulp) en is in 2025 gestart met de voorbereiding van de uitbreiding van de monitor met een financiële prognose op basis van de waarde van de beschikkingen (voor het lopende jaar en de jaren daarna) in relatie tot de gedeclareerde zorg.

Financiën
Het aantal ingezette voorzieningen en het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp komt grotendeels overeen met de prognose. Of hiermee met de uitgaven ook binnen de begroting wordt gebleven is nog niet duidelijk, omdat aanbieders wettelijk de ruimte hebben om nog over een voorgaand jaar te declareren. We zien nu op onderdelen van de begroting jeugdhulp nog ruimte en op andere onderdelen koersen we op een overschrijding (omvang en zorgzwaarte). Deze staan in de bovenstaande teksten vermeld.

Verbonden partijen programma 6

Wat heeft programma 6 gekost?

Terug naar navigatie - Wat heeft programma 6 gekost? - Wat gaat dit kosten?

Financieel sluit dit programma het jaar 2025 af met een resultaat van: € 1.123.000.  Dit is het totaalsaldo van baten en lasten voor dit programma ten opzichte van de begroting na wijzigingen (-/- is een nadelig resultaat).

Bedragen x €1.000
Lasten en Baten Realisatie 2024 Primaire begroting 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil
Lasten
6L Leefbaarheid en veiligheid -44 -65 -65 -48 17
6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen -19.587 -20.345 -21.958 -21.772 186
6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders -3.974 -4.529 -3.917 -4.011 -94
6M5 Multifunctionele gebouwen 0 -513 -5.694 -5.472 222
6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden -16.841 -13.213 -16.682 -15.785 897
6O Gezonde leefstijl -127 -71 -502 -477 25
6P Opgroeien en opvoeden -20.087 -19.096 -23.287 -23.124 163
Totaal Lasten -60.660 -57.832 -72.105 -70.689 1.416
Baten
6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen 12.808 11.382 12.525 12.590 65
6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders 4.930 5.107 3.692 4.072 380
6M5 Multifunctionele gebouwen 0 0 0 0 0
6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden 1.686 713 994 856 -138
6P Opgroeien en opvoeden 568 17 17 243 225
Totaal Baten 19.993 17.219 17.228 17.760 533
Saldo Lasten en Baten programma 6 -40.667 -40.613 -54.877 -52.929 1.949
Stortingen
6Z Niet in pakketjes opgenomen 1.164 0 354 612 258
Onttrekkingen
6Z Niet in pakketjes opgenomen 2.202 0 2.023 1.455 -567
Saldo Reserves programma 6 1.038 0 1.669 843 -825

Afwijkingen

Terug naar navigatie - Wat heeft programma 6 gekost? - Afwijkingen

Hierna verklaren we per pakket de afwijkingen tussen begroting na wijziging 2025 en de werkelijkheid 2025. De belangrijkste afwijkingen (lasten en baten) worden toegelicht. We lichten afwijkingen op pakketniveau toe vanaf € 75.000. Bij individuele afwijkingen binnen het pakket hanteren we voor de toelichting als richtlijn een grensbedrag van € 50.000 euro en hoger. Een ‘min’ betekent een financieel nadeel voor de gemeente en een ‘plus’ een financieel voordeel.

6L Leefbaarheid en veiligheid
Toelichting Lasten Baten
Overige diverse posten < € 50.000 17
Totaal 17 0
6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen
Toelichting Lasten Baten
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren Soza. ‑85
Uitkeringen participatiewet: Salarissen. ‑53
Uitkeringen participatiewet: P-wet, voornamelijk loonkostensubsidie. ‑56
Armoedebeleid en overig: SPUK KOT en overig. 65
Armoedebeleid: Door budgetoverheveling Amendement Tijdelijke regeling Armoedegelden van € 253.000 naar 2026 en lagere uitgaven overige projectgelden. 352
Sociale werkvoorziening: Na verwerking van de jaarrekening Impact is sprake van een budgettair voordeel. Dit wordt veroorzaakt door aanpassingen in de integratie-uitkering Participatie en een positief resultaat in de uitvoering van Impact. 48
Overige diverse posten < € 50.000 -20
Totaal 186 65
6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders
Toelichting Lasten Baten
Uitvoering inburgering: Er is een bedrag ad € 208.000 ontvangen in verband met SPUK2 Spreidingswet. Dit bedrag is vrij besteedbaar. Daarnaast zijn de werkelijke ontvangen SPUK Inburgering hoger dan begroot omdat het werkelijk aantal dossiers bij het opstellen van de begroting niet juist was berekend. 400
Overige diverse posten < € 50.000 -94 ‑20
Totaal -94 380
6M5 Multifunctionele gebouwen
Toelichting Lasten Baten
Wijziging van de rekenrente van 3,5% naar 2,5% ten opzichte van de begroting. 222
Totaal 222 0
6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden
Toelichting Lasten Baten
Samenkracht en burgerparticipatie: Minder aanvragen in werkelijkheid dan verwacht. Hierdoor ook minder declarabele lasten uit de SPUK. 162 ‑139
Gebiedsregie: Er zijn meer salarislasten dan begroot doordat er 1 gebiedsregisseur niet in de begroting was opgenomen. Daarnaast is er in verband met het vertrek van één gebiedsregisseur (pensioen) een overlapping geweest met de nieuwe gebiedsregisseur. ‑169
WMO Regiotaxi & vervoer: Aanbesteding Regiotaxi geeft voor 2025 een overschrijding van € 58.000, WMO vervoer wordt met € 25.000 overschreden. De begroting 2026 is in beide gevallen beter in lijn met de verwachte kosten. ‑83
WMO hulpmiddelen: Betreft woningaanpassingen en rolstoelen. Vooral woningaanpassingen kunnen jaarlijks fluctueren. 82
WMO diversen: Betreft voornamelijk Front- en backoffice WMO en Jeugd. De regionale uitvoeringskosten zijn € 46.000 lager dan geraamd en de kosten onderhoud en service software zijn € 57.000 lager. Lokale uitvoeringskosten en MDF zijn € 34.000 lager dan geraamd. 137
WMO Beschermd Wonen: Aan het bestedingsplan Zorglandschap WMO is in 2025 € 373.351 minder uitgegeven dan begroot. Dit vindt zijn oorzaak in het verlaat kunnen starten met Stevige Lokale Teams en geen uitgaven op de begrote uitbreiding inloopvoorziening GGZ. In 2026 wordt onderzocht hoe e.e.a. in te richten in samenhang met de praktijkschool & woonvoorzieningen. Verder zijn er geen uitgaven geweest voor het begrote outreachend werk, omdat dit in de subsidieverstrekking aan MDF zit. De uitgaven bestedingsplan staan begroot als onttrekking aan de bestemmingsreserve zorglandschap WMO. Het hier getoonde voordeel door lagere uitgaven wordt niet onttrokken aan de bestemmingsreserve en leidt daarom tot een nadeel in programma 0. 373
WMO Beschermd Wonen: Voor Samen Sterker In De Wijk (SSIDW) stond begroot € 366.000 aan uitgaven, waarvan € 235.000 gefinancierd uit een SPUK. Het surplus van € 131.000 stond als onttrekking aan de bestemmingsreserve zorglandschap WMO begroot. Er is € 94.000 minder uitgegeven door o.a. minder deelnemers aan projectbijeenkomsten. Het hier getoonde voordeel door lagere uitgaven wordt niet onttrokken aan de bestemmingsreserve en leidt daarom tot een nadeel in programma 0. 94
WMO Beschermd Wonen: Niet uitgegeven op het structurele deel. In 2026 wordt onderzocht hoe e.e.a. in te richten in samenhang met de praktijkschool & woonvoorzieningen. Zie ook bestedingsplan Zorglandschap WMO. 135
WMO zorg: Salarissen. 215
WMO Gestructureerd huishouden: Het budget van € 3,8 miljoen is met € 50.000 overschreden. -50
Overige diverse posten < € 50.000 1 1
Totaal 897 ‑138
6O Gezonde leefstijl
Toelichting Lasten Baten
Overige diverse posten < € 50.000 25
Totaal 25 0
6P Opgroeien en opvoeden
Toelichting Lasten Baten
Kinderopvang: De begroting was gebaseerd op 8 kinderen in 2024 € 61.487. In 2025 is het aantal kinderen gestegen naar 15, doordat de regeling bekender is geworden, ouders vaker op wettelijke gronden een beroep doen op SMI, het aantal afgenomen dagdelen toeneemt en de kosten van de opvang gestegen zijn. ‑73
Toegang en werkwijze Preventie Jeugd: Salarissen. ‑172
Toegang en werkwijze Preventie Jeugd: Lagere uitgaven uitbestede werkzaamheden (€ 86.000) en projecten & activiteiten (€ 39.000). Het gereserveerd budget voor POH GGZ Jeugd is niet benut, omdat de huisartsen niet tot een gezamenlijke organisatiestructuur konden komen. 125
Jeugdhulp: Salarissen. 77
Regionale Jeugdhulp met verblijf en Crisishulp: De inzet op gezinsgericht verblijf en gesloten plaatsing is hoger geweest. Op overig verblijf is de inzet lager geweest. De inzet op crisishulp is regionaal hoger geweest dan geraamd. Voor Dronten betekent dit -/- -140
Regionale Hoog specialistische GGZ: Minder jeugdigen hebben gebruik gemaakt van deze zorg. We zien een verschuiving van regionale naar lokale GGZ. 312
Lokale crisishulp: De inzet op lokale crisishulp is lager geweest dan geraamd. Hier staat tegenover dat de regionale inzet crisishulp hoger is geweest. 64
Jeugdbescherming/reclassering: Salarissen. 47
Jeugdbescherming/reclassering: Zorg: De extra regionale bijdrage vanuit Jeugd aan Veilig Thuis was niet begroot en dit leidt tot een overschrijding. -80
Jeugdhulp regionale inkoop: Van de gemeente Utrecht is een SPUK bijdrage ontvangen (BEN). 57
Jeugdhulp regionale inkoop: Voor jeugdigen die een beschikking Beschermd Wonen hebben, maar door wachtlijsten nog bij een Jeugdhulpverlener verblijven, wordt van de regio een vergoeding ontvangen uit WMO Beschermd Wonen. 161
Overige diverse posten < € 50.000 3 7
Totaal 163 225