Programma 6 Sociaal domein

Programma inleiding

Terug naar navigatie - Programma 6 Sociaal domein - Programma inleiding

Het maatschappelijke effect wat we nastreven is dat inwoners bestaanszekerheid ervaren. Dit programma richt zich op het waarborgen van bestaanszekerheid. In combinatie met de groeiopgave waar de gemeente voor staat, is het daarom van belang om in te spelen op maatschappelijke veranderingen. Sociale cohesie staat hierin centraal. De focus ligt daarom op het versterken van een inclusieve en veerkrachtige gemeenschap, waarbij continu wordt ingespeeld op de veranderende behoeften van de inwoners, bijvoorbeeld als gevolg van een bevolkingssamenstelling die altijd in ontwikkeling is.  

In september 2024 heeft de gemeenteraad het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein 'Mensen maken de samenleving' vastgesteld. In dit kader staat het versterken van eigen kracht centraal. We kiezen er bewust voor om meer in te zetten op de bestaande voorzieningen in de samenleving dicht bij de inwoner. Dit betekent dat we netwerken, lokale initiatieven en ondersteunende organisaties activeren en beter aansturen. Zo zorgen we ervoor dat mensen zelf problemen kunnen opmerken en oplossen. Doordat de samenleving meer zelf doet, hoeft de gemeente minder maatwerk te leveren. Op deze manier maken we een duidelijke beweging naar voren. De gemeente zal zich steeds meer op het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid richten. Hierdoor verschuift de rol van de gemeente van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’.  Deze beweging vraagt ook om een sterke lokale infrastructuur. Daarom investeren we in de verdere ontwikkeling van lokale teams en samenwerkingspartners die ondersteuning bieden dicht bij de leefwereld van inwoners. We zetten in op maatschappelijke participatie als volwaardige bijdrage aan de samenleving, naast of in plaats van betaald werk. Door ondersteuning beter op elkaar aan te laten sluiten en toegankelijker te maken, sluiten we aan bij wat mensen nodig hebben om mee te doen op een manier die bij hen past. Zo versterken we niet alleen de eigen kracht van inwoners, maar ook de sociale samenhang en economische veerkracht van onze gemeenschap.

Onze huidige samenleving kent op dit moment nog veel drempels - zoals fysieke, communicatieve, informatieve, financiële en sociale belemmeringen - die Dronten ervan weerhoudt om echt een samenleving voor iedereen te zijn. Deze drempels hebben een wisselwerking op elkaar waarbij het van belang is dat het verlagen van de ene drempel, de ander niet verhoogt. Om dit proces te stroomlijnen, wordt er in 2026 een Lokale Inclusie Agenda (LIA) opgesteld. In deze organisatiebrede beleidsagenda wordt de huidige situatie in beeld gebracht én worden vervolgstappen geformuleerd die actief bijdragen aan het vergroten van inclusie/toegankelijkheid. Door ons bewust te zijn van eigen oordelen, ervaringskennis te benutten en te luisteren naar signalen uit de samenleving, dragen wij – als sociaal domein – ons steentje bij aan het creëren van een inclusieve én toegankelijke samenleving.

Pakket 6L Leefbaarheid en veiligheid

Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen - Inhoud

Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid: een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg, een zinvolle daginvulling en een spaarpotje voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Voor veel inwoners is dit niet vanzelfsprekend. Met ons beleid zetten we in op het versterken van participatie én het bieden van ondersteunende voorzieningen waar nodig. 

Beleidsuitgangspunten

Terug naar navigatie - Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen - Beleidsuitgangspunten

Onze ambitie is dat iedereen actief deelneemt aan de samenleving, via betaald werk, vrijwilligerswerk of andere vormen van maatschappelijke inzet. Meedoen versterkt verbondenheid, vergroot eigenwaarde en voorkomt sociale uitsluiting. Het helpt inwoners om zelfstandiger te worden en meer grip te krijgen op hun leven. Daarom bieden we kansen op passende werkplekken en ondersteuning aan wie (tijdelijk) niet financieel zelfredzaam is. Zo kunnen ook zij volwaardig meedoen en werken aan herstel van hun zelfredzaamheid. Maatschappelijke participatie, zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk, zien we daarbij als volwaardige bijdrage. Op deze manier bouwen we aan een inclusieve samenleving waarin iedereen naar eigen mogelijkheden kan meedoen. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen - Wat willen we bereiken?

Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie
          1) In 2026 is het aantal inwoners met een uitkering dat meedoet door te werken of een andere vorm van maatschappelijke participatie gestegen ten opzichte van                           2024.
          2) In 2026 hebben meer inwoners met een indicatie ‘banenafspraak’ of ‘beschut werk‘ een betaalde werkplek ten opzichte van 2024. 

Hoe meten we dit?
Via onderstaande indicatoren worden bovenstaande doelen gemeten. De 0-meting hiervoor volgt na de bestandsanalyse en draagt bij aan een duidelijk beeld van de doelgroep.

  • Het aantal inwoners dat in een re-integratie of participatie traject zit, stijgt.
  • Het aantal inwoners dat werkt met een indicatie ‘banenafspraak’ of indicatie ‘beschut werk’ stijgt.
  • Het percentage inwoners dat betaald werk, vrijwilligerswerk, of een andere participatieve activiteit uitvoert, stijgt.

Toelichting
Wanneer inwoners niet meedoen, vergroot dat de kans op eenzaamheid, armoede en sociale uitsluiting. In Dronten is de sociale positie relatief sterk: minder inwoners hebben een bijstandsuitkering en de arbeidsparticipatie ligt boven het landelijk gemiddelde. Toch blijft beperkte participatie een risico, want het ondermijnt saamhorigheid, benut talenten onvoldoende en zet druk op voorzieningen. Ook ontstaan er knelpunten op de arbeidsmarkt, zeker in sectoren met personeelstekorten. Minder participatie vergroot ongelijkheid en maakt de samenleving kwetsbaarder. Daarom zetten we actief in op het betrekken van inwoners, zodat zij én de samenleving als geheel sterker worden. Zo versterken we de sociale verbondenheid én de economische veerkracht van Dronten.

Om onze dienstverlening aan inwoners in de bijstand verder te versterken, laat de gemeente een bestandsanalyse uitvoeren door een sociaal ontwikkelbedrijf. Deze analyse, de 0-meting, biedt een actueel beeld van de samenstelling van de bijstandspopulatie. 

Door deze inzichten kunnen we de doelgroep segmenteren en gerichter beleid voeren. We brengen niet alleen de ondersteuningsbehoeften in kaart, maar ook de kansen en mogelijkheden voor ontwikkeling, participatie en duurzame uitstroom naar werk. Dit stelt ons in staat om maatwerktrajecten te ontwikkelen die aansluiten bij de leefwereld van onze inwoners.

Waar leggen we de focus op?
In 2026 zetten we sterk in op de doorontwikkeling van sociaal ontwikkelbedrijf IMpact. Waar het voorheen vooral ging om tijdelijke werkplekken, verschuift de aandacht nu naar duurzame participatie, ontwikkeling en groei. IMpact werkt steeds nauwer samen met werkgevers en biedt meer maatwerk voor mensen die wat extra hulp nodig hebben om mee te doen. Ook maatschappelijke inzet, zoals vrijwilligerswerk of mantelzorg, zien we als waardevolle vormen van participatie. De Kluswinkel is daarvan een goed voorbeeld: inwoners doen hier werkervaring op, ontwikkelen vaardigheden en worden begeleid richting betaald werk. Het past precies bij de koers die we met IMpact varen.

Daarnaast starten we in 2026 de pilot ‘Simpel Switchen’, samen met IMpact en dagbestedingsaanbieders. Daarmee willen we het voor inwoners makkelijker maken om te bewegen tussen verschillende vormen van werk en ondersteuning, zonder gedoe of financiële onzekerheid. Ook bereiden we ons voor op landelijke veranderingen, zoals de Participatiewet in Balans en de nieuwe wet ‘Van school naar duurzaam werk’, die meer ruimte geven voor maatwerk en begeleiding van jongeren.

Regionaal werken we mee aan de ontwikkeling van een Werkcentrum voor Flevoland, met mogelijk een eigen locatie in Dronten. Dit sluit aan bij onze inzet op Stevige Lokale Teams: door ondersteuning rond werk en ontwikkeling dichterbij en beter georganiseerd aan te bieden, creëren we één herkenbaar en toegankelijk aanspreekpunt voor inwoners. Zo versterken we de samenhang tussen regionale expertise en lokale nabijheid.

Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen
          3) In 2026 is het aantal huishoudens met een laag inkomen niet gestegen ten opzichte van 2024.
          4) In 2026 is het percentage huishoudens dat moeite heeft met rondkomen is lager dan 2,3%.
          5) In 2028 is het percentage huishoudens met problematische schulden maximaal 7,9%.
          6) In 2026 is het aantal inwoners/huishoudens dat gebruik maakt van (landelijke en gemeentelijke) regelingen gestegen ten opzichte van 2024.

 Hoe meten we dit?

Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen 

2023 

2024

2025

2026

2027

2028

3. Aantal huishoudens met een laag inkomen* 

Nb 

Nb 

Nb

<3%

<3%

<3%

4. Aantal huishoudens dat moeite heeft met rondkomen 

2,3% 

Nb 

<2,3%

<2,3%

<2,3%

<2,3%

5. Aantal inwoners/huishoudens met geregistreerde problematische schulden 

7,7% 

7,9% 

≤7,9%

≤7,9%

≤7,9%

≤7,9%

*3% in 2022 op basis van cijfers van het CBS

6. Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen 

2023 

2024

2025

2026

2027

2028

Lopende uitkeringen (#huishoudens) 

2,9%

2,7%

2,7%

2,7%

2,7%

2,7%

Individuele inkomenstoeslag (#huishoudens) 

2%

1,8%

>1,8%

>1,8%

>1,8%

>1,8%

Studietoeslag (#inwoners) 

0,08%

0,09%

>0,09%

>0,09%

>0,09%

>0,09%

Toegankelijkheidsbijdrage (#inwoners) 

3,2%

3,1%

>3,1%

>3,1%

>3,1%

>3,1%

Witgoedregeling per nov ’23 (#huishoudens) 

0,02%

0,7%

>0,7%

>0,7%*

-

-

Gebruik van de VoorzieningenWijzer 

-

1,9%

>1,9%

>1,9%

>1,9%

>1,9%

*Indien witgoedregeling wordt verlengd 

Toelichting
Niet iedereen kan altijd financieel zelfstandig zijn. Daarom zorgen we voor vangnetten die inwoners helpen om financieel stabiel te blijven, én stappen te zetten naar zelfstandigheid. 

Vanuit het vastgestelde maatschappelijk effect dat inwoners bestaanszekerheid en gelijke kansen ervaren en meedoen naar vermogen heeft de gemeente oog voor: 

  • Het bevorderen van financiële bestaanszekerheid voor alle inwoners, door het waarborgen van een stabiel en voorspelbaar inkomen.  
  • Het voorkomen van problematische schulden.
  • Versterken van de toegang tot ondersteunende voorzieningen, onder andere door de inzet van Stevige Lokale Teams, die dichtbij de inwoner werken en snel passende ondersteuning kunnen bieden.

Waar leggen we de focus op?
We blijven inzetten op het versterken van bestaanszekerheid en het voorkomen en terugdringen van armoede en schulden. Dit doen we door uitvoering te geven aan wettelijke taken, toegankelijke ondersteuning te bieden en intensief samen te werken met maatschappelijke partners die dichtbij inwoners opereren. De focus ligt daarbij op preventie, financiële zelfredzaamheid en maatwerk. 

Uitvoering wettelijke taken Participatiewet 
We voeren inkomensvoorzieningen en aanvullende regelingen uit zoals bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand, studietoeslag en de individuele inkomenstoeslag. 

Financiële ondersteuning en hulpverlening 
Samen met MDF en ZLF bieden we ondersteuning via schuldhulpverlening, budgetbeheer, financiële spreekuren en sociaal raadslieden. Hulpmiddelen, zoals Plinkr en WerkloonT, helpen inwoners bij het verkrijgen van financieel inzicht en coaching. Vroeg signalering en huisbezoeken blijven belangrijke instrumenten om problemen in een vroeg stadium te signaleren. Hierbij speelt de inzet van Stevige Lokale Teams een steeds grotere rol, omdat zij dichtbij inwoners signalen kunnen oppakken en snel kunnen schakelen naar passende hulp.

Toegankelijke voorzieningen en ondersteuning bij lage inkomens 
Via de Pas van Dronten bieden we meerdere regelingen aan, zoals de toegankelijkheidsbijdrage en de strippenkaart voor de Speelgoedbank. Ook in 2026 blijft de collectieve zorgverzekering voor minima beschikbaar. Daarnaast kunnen inwoners met een laag inkomen gebruik maken van de mogelijkheid tot kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. 

Voorlichting, communicatie en preventie 
Met campagnes zoals Zet de eerste stap, voorlichtingsbijeenkomsten en instrumenten, zoals De VoorzieningenWijzer en Geldfit, vergroten we het bereik en de bekendheid van regelingen. 

Aandacht voor kwetsbare groepen 
We ondersteunen doelgroepen die buiten reguliere regelingen vallen, zoals alleenverdieners en gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire. Ook blijven de menstruatie-uitgiftepunten beschikbaar. Het aanbieden van trainingen in stress-sensitief werken dragen bij aan een benadering vanuit vertrouwen en menselijkheid. 

Lokale samenwerking en innovatieve aanpak 
Binnen de coalitie en het netwerkoverleg armoede en schulden wordt er met partners gezamenlijk gewerkt aan preventie en ondersteuning. Daarbij spelen professionals die dichtbij inwoners werken een belangrijke rol als verbindende schakel tussen het gemeentelijk vangnet en het bredere netwerk van maatschappelijke ondersteuning. Projecten zoals Het Beste Idee van Dronten en het actieonderzoek onder werkende armen leveren input voor beleidsontwikkeling en interventies die beter aansluiten bij de leefwereld van inwoners. 

Nieuwe ontwikkelpunten in 2026
Daarnaast zal het uitvoeringsplan van de schuldhulpverlening worden geactualiseerd. Op basis van een evaluatie van het huidige plan en met de Routekaart Financiële Zorgen van de VNG als belangrijk hulpmiddel kunnen hier mogelijke verbeteringen worden doorgevoerd. 

Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen
          7) In 2026 is het percentage kinderen in armoede lager dan 3,6%.
          8) In 2026 zijn er minder dan 388 kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering.

Hoe meten we dit? 
Kinderen moeten kunnen opgroeien zonder financiële problemen en met dezelfde financiële kansen. Financiële problemen belemmeren het welzijn van kinderen
Voor het meten van deze doelstellingen worden de volgende indicatoren gevolgd:

Minder kinderen groeien op in armoede 

2023 

2024

2025

2026

2027

2028

Aantal kinderen in armoede (CBS) 

3,6%

3,6%

 <3,6%

<3,6%

<3,6%

<3,6%

Aantal kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering 

384

388

 380

380

380

380

Aantal kinderen dat gebruik maakt van de toegankelijkheidsbijdrage 

398

415

 >400

>400

>400

>400

Aantal scholen met financiële educatie in lesprogramma (# cashflow voorstellingen) 

10

11

 >11

>11

>11

>11

Waar leggen we de focus op?
Naast de genoemde onderdelen bij het doel ‘Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen’, onderzoeken we samen met scholen in het primair en voortgezet onderwijs de mogelijkheden om financiële educatie in het lesprogramma te integreren, zodat kinderen leren beter met geld om te gaan. Denk aan lessen op school en gastlessen, waarbij er ook aandacht is voor vertrouwen, zelfkennis en talentontwikkeling. Een stabiel inkomen voor ouders is essentieel, maar ook preventie en educatie maken het verschil voor kinderen.

Pakket 6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders - Wat willen we bereiken?

Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie
          1) In 2026 participeert meer dan 39% van de inburgeringsplichtigen naar vermogen.  

 Hoe meten we dit?

Minder kinderen groeien op in armoede 

2024

2026

2028

% inburgeringsplichtigen dat participeert naar vermogen 

39% 

>39% 

70% 

 In 2026 wordt het gebruik en de nulmeting van aanvullende indicatoren onderzocht.

Toelichting
Om zorg te dragen dat de inburgeringsplichtigen binnen de gemeente Dronten een goede start krijgen, is het van belang om de bredere beleidsambities te behalen, zoals het bieden van bestaanszekerheid en het ervaren van gelijke kansen. Het uitvoeren van de wettelijke taken blijven we uitvoeren en onderstrepen het doel dat inburgeringsplichtigen zo snel als mogelijk participeren naar vermogen. 

Bij aanvang wordt er een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie opgesteld, waarin doelen en mogelijkheden worden vormgegeven. Dit kan betekenen dat de mogelijkheden worden verkend voor de inburgeringsplichtigen om te gaan werken of op een andere manier mee te doen in de Drontense samenleving. 

Waar leggen we de focus op?
De gemeente Dronten ondersteunt inburgeringsplichtigen bij het behalen van hun inburgeringsdoelen en bij participatie naar vermogen. Dit gebeurt via wettelijke trajecten zoals de brede intake, het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), de drie leerroutes (zelfredzaamheid, B1 en onderwijs), de Module Arbeidsmarkt en Participatie, voortgangsgesprekken, maatschappelijke begeleiding, financiële ontzorging en het participatieverklaringstraject. 

Daarnaast worden niet-wettelijke initiatieven voortgezet, waaronder zwemlessen, voorlichtingsbijeenkomsten over gezondheid, preventieve gezondheidsonderzoeken voor kinderen (via GGD), de Tour de Dronten en de inzet van een klankbordgroep van ervaringsdeskundigen. Deze activiteiten bevorderen veiligheid, zelfredzaamheid en integratie. 

Daarnaast richten we ons op verbetering van de brede intake en het PIP, versterking van leerroutes en arbeidsmarkttoeleiding, professionalisering van voortgangsmonitoring, verdieping van de maatschappelijke en financiële begeleiding. Succesvolle aanvullende activiteiten worden geëvalueerd en waar nodig opgeschaald.

Pakket 6M5 Multifunctionele gebouwen

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 Multifunctionele gebouwen - Inhoud

We willen dat inwoners zich verbonden voelen met elkaar en hun omgeving. Daarvoor spelen multifunctionele voorzieningen een belangrijke rol. Binnen de gemeente Dronten worden De Meerpaal Dronten, De Binding Biddinghuizen en De Kombuis Swifterbant daarvoor ingezet.

Beleidsuitgangspunten

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 Multifunctionele gebouwen - Beleidsuitgangspunten

Met de multifunctionele accommodaties in de drie kernen beogen we ontmoeting binnen multifunctionele voorzieningen te bewerkstelligen. Binnen de gemeente Dronten geldt als uitgangspunt dat ontmoeting plaatsvindt op centrale, herkenbare locaties die meerdere maatschappelijke functies vervullen. Locaties zoals dorpshuizen en wijkcentra bedienen diverse doelgroepen en vormen zo een stevig, lokaal netwerk van voorzieningen. Door ontmoeting integraal te organiseren met andere maatschappelijke activiteiten wordt samenwerking tussen verschillende partijen versterkt en worden voorzieningen beter benut en duurzaam geborgd. 

Waar leggen we de focus op?

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 Multifunctionele gebouwen - Waar leggen we de focus op?

MFC De Binding Biddinghuizen
In Biddinghuizen is Meerpaal De Binding het ontmoetingscentrum voor sport, cultuur en horeca. De Binding is eigendom van de Stichting MFG2, die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud.

Het gebouw bevat een horecagedeelte, diverse vergader- en ontmoetingszalen en een sportzaal. Per september 2024 heeft De Meerpaal de exploitatie van De Binding, namens Stichting MFG2, op zich genomen. 
 
De gemeente ondersteunt stichting MFG2 en De Meerpaal in het optimaliseren van de dienstverlening. Hiervoor wordt een social businesscase opgesteld. 

MFC De Kombuis Swifterbant
In Swifterbant is MFC De Kombuis het ontmoetingscentrum voor sport, cultuur en horeca. MFC De Kombuis is eigendom van OFW. Als gemeente huren we MFC De Kombuis van OFW tot 2028 om het gebouw vanaf dan over te nemen. Namens de gemeente heeft De Meerpaal de exploitatie van De Kombuis op zich genomen. 

In 2026 zorgen we ervoor dat het dienstverleningsconcept verder wordt geoptimaliseerd.

MFC De Meerpaal Dronten
In Dronten is MFC De Meerpaal het ontmoetingscentrum voor sport, cultuur en horeca. MFC De Meerpaal is eigendom van welzijnsorganisatie De Meerpaal. Vanuit de gemeente is er een nadrukkelijke financiële relatie op het gebied van jaarlijks onderhoud en lopende kapitaallasten uit het verleden. Er staat groot onderhoud aan te komen, waarover gesprekken met De Meerpaal plaatsvinden. 

In 2026 werken we toe naar een nóg breder gebruik van multifunctionele accommodaties en komen we tot overeenstemming over de eigendomssituatie, het groot onderhoud aan het gebouw en de verdeling van de financiële lasten. 

Beleidsuitgangspunten de Meerpaal

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 Multifunctionele gebouwen - Beleidsuitgangspunten de Meerpaal

Samen met De Meerpaal wordt gewerkt aan de volgende maatschappelijke effecten:

  1. Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende.
  2. Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving.
  3. Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen.
  4. Inwoners voeren zelf de regie (kunnen hulpbronnen aanwenden indien nodig).

De Meerpaal is een vaste en veelzijdige partner van de gemeente Dronten in de uitvoering van het sociaal beleid. Vanuit haar aanwezigheid in Dronten, Swifterbant en Biddinghuizen levert De Meerpaal een herkenbare bijdrage aan de maatschappelijke opgaven en effecten die de gemeenteraad heeft vastgesteld. 

De Meerpaal verbindt haar inzet aan deze opgaven vanuit drie samenhangende rollen: als cultuurhuis, als sociale basisvoorziening en als maatschappelijke partner. Vanuit deze rollen voert zij een breed scala aan taken uit op het gebied van welzijnswerk, jongerenwerk, sport en cultuur. De lasten van de Meerpaal zijn gealloceerd aan de relevante pakketten waar deze taken plaatsvinden. 

De Meerpaal is een veelzijdige en lokaal gewortelde organisatie die op meerdere leefgebieden bijdraagt aan de brede welvaart van inwoners. Via sport, cultuur, welzijn en ontmoeting stimuleert zij actief burgerschap, gezondheid en sociale samenhang in dorpen en wijken. De organisatie is zichtbaar aanwezig en werkt vanuit nabijheid, toegankelijkheid en samenwerking. Met buurtsportcoaches, jongerenwerkers en sociaal werkers levert De Meerpaal een bijdrage aan het versterken van fysieke en mentale gezondheid, het ondersteunen van gezinnen en jeugd en het vergroten van ontwikkelkansen. In wijklocaties en MFC’s organiseert zij activiteiten die ontmoeting, zingeving, verbinding en informele ondersteuning bevorderen. Eenzaamheid wordt tegengegaan via laagdrempelige groepsactiviteiten, individuele ondersteuning en vrijwilligersinitiatieven. Door inzet op het versterken van sociale netwerken, het ondersteunen van vrijwilligers en het verbinden van inwoners met voorzieningen, levert De Meerpaal een structurele bijdrage aan een samenhangende en leefbare gemeenschap.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6M5 Multifunctionele gebouwen - Wat willen we bereiken?

Een professionele samenwerking met De Meerpaal draagt bij aan het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie van de beleidsdoelen binnen het sociaal domein  
          1) In 2026 is de samenwerking met De Meerpaal verder geprofessionaliseerd. 

Toelichting
Een meer samenhangende en effectieve inrichting van welzijn is nodig om beter te sturen op maatschappelijke impact, om middelen doelmatiger in te zetten en om inwoners beter te ondersteunen. Binnen die herinrichting is De Meerpaal onmisbaar vanwege haar centrale positie, omvang en brede taakstelling. Door met De Meerpaal het goede voorbeeld te ontwikkelen — denk aan duidelijke opdrachten, concrete doelen en stevige samenwerking — kan ook de samenwerking met andere welzijnspartners naar een hoger niveau worden getild.  

Om inzichtelijk te maken hoe de inzet van De Meerpaal bijdraagt aan gemeentelijke doelen, werkt De Meerpaal met een drielaags KPI-model. Dit model maakt maatschappelijke waarde van de inzet zichtbaar op drie niveaus:

  1. Activiteiten-KPI’s: de concrete inzet in aantallen, zoals het aantal georganiseerde activiteiten, betrokken inwoners of samenwerkingen.
  2. Effecten-KPI’s: opbrengsten voor inwoners, zoals meer zelfredzaamheid, ervaren gezondheid of verbondenheid.
  3. Impact-KPI’s: bredere maatschappelijke uitkomsten op het niveau van Dronten zoals vermindering van eenzaamheid of toename van participatie.

Door deze gelaagde manier van meten, sturen we doelgericht op zowel uitvoering als betekenisvolle maatschappelijke impact.

Deze metingen staan centraal in de beleidsevaluatie tussen De Meerpaal en de gemeente Dronten.  

Waar leggen we de focus op in 2026? 
Het verder professionaliseren van de samenwerking met De Meerpaal krijgt een invulling door te werken naar een model waarin: 

  • Meer samenhang ontstaat tussen beleidsdoelen en uitvoering, rechtstreeks verbonden aan de vier maatschappelijke effecten van de raad.
  • Gebiedsgericht werken wordt versterkt, met nabijheid voorop.
  • Monitoring en effectmeting worden verbeterd via eenduidige indicatoren en bestaande KPI-systematiek.
  • Middelen doelmatiger worden ingezet, met minder overlap en meer coördinatie.
  • Vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en buurtinitiatieven duurzaam worden ondersteund en verbonden. 

De uitkomsten van dit onderzoek vormen de basis voor bestuurlijke en organisatorische keuzes rond de aansturing van het welzijnsveld in Dronten. 

In 2026 zetten we daarnaast een volgende stap in de manier waarop we als gemeente sturing geven aan welzijn. Dit in navolging van het onderzoek wat BMC heeft uitgevoerd in 2022/2023. In 2026 richt Dronten zich op een doelgerichte, samenhangende en meetbare aanpak van welzijn, waarin de gemeente regie voert, De Meerpaal verbindt en welzijnspartners gezamenlijk werken aan maatschappelijke opgaven – mét en vóór inwoners.

Onderzoek naar passende sturing 
In 2026 zetten we de eerste en belangrijke stap in het versterken van de gemeentelijke regie op het welzijnsdomein. Op basis van het eerder uitgevoerde verdiepende onderzoek geven we richting aan een sturingsmodel dat meer samenhang en duidelijkheid biedt in de aansturing van het veld.

We brengen in kaart hoe de gemeente effectief en doelgericht regie kan voeren op het geheel van welzijnsvoorzieningen en welke vormen van samenwerking, organisatie en bekostiging het beste aansluiten bij onze beleidsdoelen. Daarbij streven we naar een meer eenduidige, lerende en uitvoeringsgerichte aanpak.

De Meerpaal, als grootste welzijnspartner van de gemeente, krijgt hierin een centrale rol. Zij werkt vanuit de samenleving en vervult een brede opdracht op het gebied van welzijnswerk, jongerenwerk, sport en cultuur. In het onderzoek benutten we haar expertise en bestaande samenwerkingsstructuren, evenals de inbreng van andere betrokken organisaties. 

Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Inhoud

De Wmo 2015 beoogt bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving en het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem. Met ons beleid door het, waar nodig, bieden van passende ondersteuning kunnen mensen zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving blijven wonen en kunnen zij blijven meedoen in de maatschappij.  

Beleidsuitgangspunten Wmo lokaal

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Beleidsuitgangspunten Wmo lokaal

Vanuit de Wmo staan we voor de uitdaging om ondersteuning en hulp op een toekomstbestendige manier vorm te geven. Dit betekent dat we inzetten op het vergroten van zelfredzaamheid en het beter benutten van sociale netwerken, zodat inwoners minder afhankelijk zijn van maatwerkvoorzieningen. Door meer gebruik te maken van voorliggende en algemene voorzieningen, willen we vroegtijdig inspelen op hulpvragen. Dit vraagt om een andere balans: een samenleving waarin inwoners gestimuleerd worden om verantwoordelijkheid te nemen, terwijl passende ondersteuning beschikbaar blijft voor wie dat nodig heeft. Deze hernieuwde focus op zelfredzaamheid betekent niet dat er geen ondersteuning meer komt voor wie dat nodig heeft. Integendeel, de gemeente blijft passende hulp bieden, waar en wanneer dat nodig is. Door deze verschuiving van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ komen we een duidelijke stap vooruit in het realiseren van een veerkrachtige en toekomstgerichte samenleving.  

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Wat willen we bereiken?

Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk functioneren in ??een passende woonomgeving  
          1) In 2026 voelen meer dan 74% van de inwoners zich goed geholpen en/of kunnen weer zelfstandig verder. 
          2) In 2026 maken minder dan 108 (per duizend) inwoners gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen. 
          3) In 2026 zijn meer dan 59% van de inwoners goed geïnformeerd over toegankelijke, laagdrempelige voorzieningen en maken hier ook gebruik van. 

Hoe meten we dit?
Allereerst willen we weten hoe goed onze inwoners zich geholpen voelen en hoe ze de kwaliteit ervaren van de Wmo-oplossingen. Hiervoor maken we gebruik van het vernieuwde cliëntervaringsonderzoek. Hiermee hopen we een hogere respons te verkrijgen, waardoor we beter kunnen inspelen op de uitkomsten hiervan. 

Daarnaast willen we de komende jaren een verdere kwaliteitsverbetering van het gemeentelijk beleid bewerkstelligen. Dit doen we door in te zetten op een sterke basis van onze maatwerkvoorzieningen en gelijktijdig het ontwikkelen van een breed scala aan voorliggende voorzieningen.

 

2023 

2024

2025

2026

2027

2028

1. Meer inwoners voelen zich goed geholpen en/of kunnen weer zelfstandig verder* 

74% 

74% 

>74%

>74%

>74%

>74%

2. Afname gebruik Wmo-maatwerkvoorzieningen door te investeren in preventie en lichte zorg en ondersteuning in samenwerking met (zorg)professionals en maatschappelijke organisaties** 

103

108

<108

<108

<108

<108

3. Inwoners zijn goed geïnformeerd over toegankelijke, laagdrempelige voorzieningen en maken hier ook gebruik van*

59%

56%

>59%

>59% 

>59% 

>59% 

*Percentages vanuit de cliëntervaringsonderzoeken 2023 en 2024 gehaald, de percentages voor 2025 zijn in 2026 beschikbaar. 
**Cijfers geraadpleegd op waarstaatjegemeente 

Toelichting
Door in te zetten op zelfredzaamheid, het versterken van sociale netwerken en het ontwikkelen van toegankelijke, voorliggende voorzieningen, bouwen we aan een efficiënte, financieel duurzame en veerkrachtige samenleving.
Dit draagt bij aan een sterke sociale samenhang en een toekomstbestendige gemeentelijke dienstverlening. Mensen voelen zich gesteund, betrokken en in staat om bij te dragen aan hun omgeving. Zo bevorderen we niet alleen het welzijn van individuen, maar ook de algehele maatschappelijke ontwikkeling. Daarom kiezen we bewust voor het versterken van eigen kracht en sociale cohesie: het omzien naar elkaar.

De gemeente zorgt dat inwoners mee kunnen blijven doen in de Drontense samenleving en voldoende kunnen participeren naar vermogen vanuit eigen kracht of met behulp van het sociale netwerk. We willen ook bereiken dat inwoners zich bewust zijn van de eigen verantwoordelijkheden en hiernaar handelen. Zo kunnen zij zelf de regie voeren en de noodzakelijke hulpbronnen aanwenden indien nodig.

Waar leggen we de focus op?
Ontwikkeling van Stevige Lokale Teams
In 2026 gaan we aan de slag om de toegang tot ondersteuning anders te organiseren. Met het ontwikkelen van Stevige Lokale Teams willen we hulp en ondersteuning zo laagdrempelig en zo dicht mogelijk bij de inwoner organiseren. Stevige Lokale Teams bieden integrale hulp en ondersteuning aan inwoners, dichtbij in hun eigen omgeving. Ze bundelen expertise om breed naar problemen te kijken, zelf hulp te bieden en zo de eigen kracht en het sociale netwerk te versterken.

Doorontwikkelen van maatwerkvoorzieningen
We richten ons op het verder inzetten op het doorontwikkelen van onze maatwerkvoorzieningen, zodat iedere inwoner ondersteuning op maat kan ontvangen.

Actieve voorlichting en bewustwording
We zetten ons in op het doorontwikkelen van voorliggende voorzieningen op het gebied van vervoer en andere maatwerkvoorzieningen. Hiermee zetten we in op het vergroten van de zelfredzaamheid en vitaliteit van onze inwoners. Dit doen we door inwoners te stimuleren om zelf de regie te nemen bij het oplossen van problemen. Investeringen in deze voorzieningen versterken niet alleen de zelfstandigheid van onze inwoners, maar dragen ook bij aan een sterkere maatschappelijke samenhang. Bovendien willen we extra aandacht besteden aan het actief voorlichten van inwoners over onze werkwijze. We zetten daarbij in op het voorveld en de eigen kracht van inwoners, zodat zij inzicht krijgen in de mogelijkheden om zelf verantwoordelijkheid te nemen en actief bij te dragen aan een toekomstbestendig zorgsysteem. 

Beleidsuitgangspunten mantelzorg en vrijwilligerswerk

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Beleidsuitgangspunten mantelzorg en vrijwilligerswerk

De gemeente Dronten kent een sterke traditie van informele inzet. Mantelzorgers en vrijwilligers zorgen dagelijks voor ondersteuning, verbondenheid en leefbaarheid in onze gemeenschap. Zij vormen een onzichtbare, maar cruciale laag onder het formele zorg- en welzijnssysteem. Juist in een tijd waarin meer mensen langer thuis wonen en de druk op formele voorzieningen toeneemt, is deze inzet van onschatbare waarde.

De cijfers van mantelzorg en vrijwilligers bevestigen wat we in de praktijk al langer signaleren: de informele inzet is groot, maar kwetsbaar. Mantelzorgers zijn vaak moeilijk vindbaar, zeker jongeren en werkenden die hun zorgtaken combineren met studie of werk. Vrijwilligerswerk verandert: mensen willen zich graag inzetten, maar vaak op flexibele en kortdurende basis. Structurele, langdurige inzet wordt lastiger te organiseren. Tegelijk neemt de maatschappelijke druk toe: de zorgvraag stijgt, voorzieningen verschralen en de samenleving doet steeds vaker een beroep op de bereidheid van inwoners om voor elkaar te zorgen.

Als mantelzorg en vrijwilligerswerk wegvallen of sterk afnemen, zijn de gevolgen verstrekkend. Mensen met een hulpvraag verliezen niet alleen praktische ondersteuning, maar ook sociaal contact en veiligheid. Zonder mantelzorger neemt de kans op overbelasting, ziekenhuisopname of professionele hulpverlening toe. Als vrijwilligers in Dronten wegvallen, komt de sociale samenhang en uitvoering van welzijnsvoorzieningen onder druk te staan. Dit leidt tot minder ontmoeting, meer eenzaamheid en verminderde participatie.

Daarnaast schuift de druk door naar het formele systeem. Wanneer informele inzet zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk wegvalt, komt er extra druk te liggen op het sociale netwerk van inwoners. Hulpvragen komen dan vaker terecht bij vrijwilligerspunten, buurtnetwerken en welzijnsorganisaties. Als ondersteuning daar niet toereikend is of ontbreekt, verschuift de vraag naar zwaardere voorzieningen zoals de Wmo en wijkverpleging. Dit leidt tot langere wachttijden, hogere kosten en minder ruimte voor maatwerk. Tegelijk raken de mantelzorgers en vrijwilligers die nog actief zijn zwaarder belast, met een groter risico op uitval. Zo ontstaat een vicieuze cirkel die de sociale infrastructuur in onze gemeente onder druk zet.

Zonder de stille krachten van mantelzorgers en vrijwilligers wordt de samenleving zakelijker, individualistischer en minder warm. Daarom investeert de gemeente actief in het versterken, vernieuwen en waarderen van mantelzorg en vrijwilligerswerk. Niet alleen vanuit betrokkenheid, maar ook uit noodzaak.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Wat willen we bereiken?

We willen het informeel vangnet/netwerk versterken  
          4) In 2026 is het percentage vrijwilligers 27% of hoger.
          5) In 2026 is het percentage mantelzorgers 13% of hoger.
          6) In 2026 is het percentage belaste mantelzorgers lager dan 33%.

Hoe meten we dit?

Mantelzorg en vrijwilligerswerk

2022

2024

2025

2026

2027

2028

2029

4. Vrijwilligers (%) 

29%

26%

≥27%

≥27%

≥27%

≥27%

≥27%

5. Mantelzorgers (%)

13%

13%

≥13%

≥13%

15%

15%

16%

6. Belaste mantelzorgers (%)

31%

33%

<33%

<33%

<33%

<33%

<33%

Waar leggen we de focus op?
In 2026 zet de gemeente Dronten stevig in op het versterken van de basis van informele zorg en vrijwillige inzet. We doen dat niet met losse maatregelen, maar via een samenhangende aanpak die zowel mantelzorgers als vrijwilligers beter ondersteunt, zichtbaar maakt en duurzaam faciliteert.  
Het ZorgSamenPunt zal daarin een belangrijke schakel zijn tussen samenleving en zorg. Met het ZorgSamenPunt wordt concreet invulling gegeven aan de beweging richting een samenlevingsgericht sociaal domein. De inzet draagt bij aan preventie, versterking van de sociale basis en vroegsignalering van hulpvragen. Inwoners worden ondersteund om regie te houden over hun leven, met passende hulp dichtbij huis. Daarmee sluit het ZorgSamenPunt naadloos aan op de strategische lijn van het beleidskader: licht waar het kan, zwaar waar het moet – en altijd dichtbij. 

Het ZorgSamenPunt is een fysieke en digitale vindplaats voor informatie, ontmoeting, ondersteuning en samenwerking in de wijk. Inwoners kunnen er terecht voor hulpvragen, mantelzorgondersteuning, contact met buurtinitiatieven of lichte begeleiding. Ook professionals en vrijwilligers vinden elkaar daar voor afstemming, samenwerking en doorverwijzing. Het ZorgSamenPunt draagt zo bij aan een samenleving waarin inwoners laagdrempelig toegang hebben tot ondersteuning en waar formele en informele netwerken elkaar versterken. 

Voor mantelzorgers betekent dit dat we investeren in toegankelijke ondersteuning. We richten ons daarbij op het verlichten van hun belasting, onder meer door het stimuleren van lichte respijtzorg in samenwerking met vrijwilligers, het bieden van praktische hulp en het versterken van de waardering. Tegelijk zorgen we dat mantelzorgers eerder en beter in beeld komen. Vooral op de kwetsbare doelgroep: jonge mantelzorgers en mantelzorgers met een migratieachtergrond. Dat doen we via signalering bij huisartsen, scholen, wijkteams en andere partners die in contact staan met inwoners.  

Voor vrijwilligers willen we de drempel verlagen om mee te doen. We richten ons op nieuwe doelgroepen zoals jongeren, werkenden en nieuwe inwoners en spelen in op de behoefte aan flexibel vrijwilligerswerk. Tegelijk versterken we de infrastructuur eromheen: we zorgen voor goede ondersteuning van vrijwilligersorganisaties, investeren in digitale matching tussen vraag en aanbod en bevorderen samenwerking tussen maatschappelijke initiatieven.  

Tot slot blijven we nauwgezet volgen wat de ontwikkelingen zijn. Via monitoring, gegevens uit onder meer de Gezondheidsmonitor en signalen uit het veld door middel van accounthoudersgesprekken en werkateliers houden we de vinger aan de pols. Zo zorgen we dat ons beleid aansluit op de realiteit van vandaag én die van morgen. Met deze aanpak bouwen we aan een gemeente waar informele inzet vanzelfsprekend blijft – niet alleen voor wie het geeft, maar ook voor wie het nodig heeft.  

Beleidsuitgangspunten eenzaamheid

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Beleidsuitgangspunten eenzaamheid

Preventieve inzet op ontmoeting, zingeving en laagdrempelige ondersteuning draagt bij aan het versterken van sociale netwerken en mentale veerkracht. Dit leidt tot het tegengaan van eenzaamheid. Ons beleid in ‘Mensen maken de Samenleving’ is erop gericht om eenzaamheid te verminderen. Gezien de maatschappelijke urgentie is eenzaamheid hier in het bijzonder uitgelicht. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Wat willen we bereiken?

We willen het informeel vangnet/netwerk versterken en daarmee de eenzaamheid verminderen 
          7) In 2026 is de gemiddelde eenzaamheid lager dan 25,3%.

Hoe meten we dit?

Type eenzaamheid

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Matig eenzaam 18-64 (%) 

38% 

37% 

36

36

35

35

Matig eenzaam 65+ (%) 

37% 

37

36

36

35

34

Sterk eenzaam 18-64 (%)

8% 

7,5% 

7,5% 

7

7

6,5

Sterk eenzaam 65+ (%)

10% 

9,5% 

   9,5% 

9% 

9% 

8,5

Emotioneel eenzaam 18-64 (%) 

25% 

25% 

24% 

23

23

22

Emotioneel eenzaam 65+ (%) 

24% 

24% 

23% 

22

22

21

Sociaal eenzaam 18-64 (%) 

29% 

29% 

28% 

27

26

26

Sociaal eenzaam 65 (%) 

31% 

31% 

30% 

29

28

27

Gemiddelde eenzaamheid (%) 

25,3% 

25% 

24,3% 

23,6% 

23,1% 

22,5% 

Toelichting 
Eenzaamheid is een maatschappelijk vraagstuk dat ontstaat door een combinatie van persoonlijke en structurele factoren. Het tast mentale en fysieke gezondheid aan, ondermijnt zelfredzaamheid en beperkt de participatie van inwoners. 

Langdurige eenzaamheid vergroot het risico op depressie, angststoornissen en cognitieve achteruitgang. Ook lichamelijke klachten – zoals verhoogde bloeddruk, verminderde weerstand en hart- en vaatziekten – komen vaker voor bij mensen die zich sterk eenzaam voelen. Daarnaast neemt de zelfredzaamheid af. 

Als mensen zich langdurig eenzaam voelen, trekken ze zich vaker terug uit vrijwilligerswerk, buurtinitiatieven en sportverenigingen. Daardoor verzwakt zowel hun eigen netwerk als de sociale samenhang in buurten en dorpen. Dit sociaal isolement maakt mensen uiteindelijk kwetsbaarder en vergroot de kans dat zij een beroep moeten doen op zorg- en hulpvoorzieningen. 

In de gemeente Dronten tonen de cijfers aan dat eenzaamheid niet beperkt is tot ouderen, maar leeftijd breed voorkomt. Toch is de problematiek bij 65-plussers vaak structureler van aard en heeft dit grotere impact op gezondheid, welzijn en zelfredzaamheid.

Waar leggen we de focus op?
De gemeente Dronten erkent de urgentie; het huidige niveau van eenzaamheid is onwenselijk en vraagt om samenhangende actie. Eenzaamheid is beïnvloedbaar. Onderzoek laat zien dat preventieve inzet op ontmoeting, zingeving en laagdrempelige ondersteuning kan bijdragen aan het versterken van sociale netwerken en mentale veerkracht.

Niet alleen door projecten, maar door het structureel inbedden van signalering, ontmoeting en activering in het sociaal domein – met speciale aandacht voor ouderen én andere risicogroepen - krijgt eenzaamheid de noodzakelijke aandacht.

Beleidsuitgangspunten Wmo regionaal

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Beleidsuitgangspunten Wmo regionaal

Het regionale zorglandschap Wmo Flevoland richt zich op de zorg en ondersteuning van inwoners met een kwetsbaarheid en/of een ondersteuningsvraag door psychische problemen, verslaving, een lichte verstandelijke beperking en/of problemen door huiselijk geweld of kindermishandeling. Deze mensen helpen we om zo veel mogelijk naar een normale leefsituatie te komen. Daarbij blijven ze zo veel mogelijk in hun eigen woonomgeving. Hun behoeften en mogelijkheden staan centraal.

Eigen regie, inzet op kansen en het aansluiten bij wat iemand wil en kan zijn namelijk belangrijke voorwaarden voor herstel. 

In de regio Flevoland ligt er bij alle gemeenten een uitdaging om passende voorzieningen te creëren op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.

We willen inzicht verkrijgen in (verwacht) ontbrekend aanbod, waarbij rekening wordt gehouden met huidig ontbrekend aanbod en toekomstgerichte behoefte (vergrijzing, populatiegroei). Dit wordt gekoppeld aan het OOA-plan (op-, om-, en afbouwplan van regionale voorzieningen).  

Doorverwijzing naar het beschermd wonen of de maatschappelijke opvang is alleen nog aan de orde als thuis wonen niet (meer) verantwoord of veilig is. Opvang of 24-uurszorg duurt in dat geval zo lang als nodig, maar zo kort als mogelijk. We zorgen voor continuïteit in de begeleiding en voor flexibiliteit in op- en afschalen. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden - Wat willen we bereiken?

Inwoners wonen in een veilige en beschermde omgeving
          8) In 2026 hebben meer inwoners een lichtere vorm van ondersteuning beschermde opvang dan in 2024 (van intramuraal naar extramuraal).
          9) In 2026 is er één toegang beschermd wonen in de vorm van een hybride toegang.
          10) In 2026 is een verkenning uitgevoerd op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang wat er per gemeente aan voorzieningen nodig is. 

Hoe meten we dit?

  • Meer inwoners hebben een lichtere vorm van ondersteuning beschermde opvang (van intramuraal naar extramuraal).

Voor bovenstaande indicator vindt in 2026 de nulmeting plaats. Op basis hiervan wordt het ambitieniveau bepaald.

Toelichting 
Door in te zetten op het ontwikkelen van tussenvoorzieningen creëren we een brug tussen intramurale woonvoorzieningen en wonen in de thuissituatie. Met deze tussenvoorzieningen kunnen we sneller schakelen tussen de verschillende vormen van zorg en zo beter inspelen op de persoonlijke behoeften van iedere cliënt. Ook voorkomen we hiermee de huidige stagnatie in het uitstromen vanuit intramurale voorzieningen naar lichtere vormen van ondersteuning. Tegelijkertijd blijft de focus altijd gericht op het realiseren van woonvormen die geschikt zijn voor de meest kwetsbare mensen, zodat zij de juiste en veilige woonomgeving vinden. In Flevoland zijn de gemeenten actief bezig om in iedere gemeente passende voorzieningen te creëren die naadloos aansluiten op de lokale behoeften. Deze samenwerking zorgt ervoor dat er binnen de regio een consistent en toekomstgericht zorgaanbod ontstaat, waarmee we de continuïteit en kwaliteit van de ondersteuning voor iedere inwoner waarborgen. Hierdoor kunnen we proactief inspelen op veranderende zorgvragen en zorgen voor een veilige, passende en flexibele ondersteuning voor iedereen. 

Op dit moment is onvoldoende in beeld wat nodig is om de juiste opvang te kunnen bieden (vraag versus aanbod). Er is behoefte aan een overzicht ‘soort opvang per gemeente per type voorziening’ gebaseerd op de vraag/behoefte. Deze cijfers verwachten we in de toekomst vanuit de regio, zodat we als gemeente goed kunnen inspelen op de vraag en behoefte van de inwoner(s).

Daarnaast wordt er ingezet op het eerder en beter zicht krijgen op chronische en acute situaties van huiselijk geweld en kindermishandeling. We zetten in op het duurzaam oplossen hiervan, het doorbreken van de geweldsspiraal en de zorg voor slachtoffers. We zetten in op meer passende hulpverlening voor inwoners met verward of onbegrepen gedrag en psychische kwetsbaarheid.

Naast de directe ondersteuning zetten we ook in op het versterken van het draagvlak en de draagkracht in buurten en wijken. We willen meer beschikbaarheid voor voldoende woningen voor inwoners die vallen onder de doelgroep zorglandschap.

Waar leggen we de focus op?
Onze regionale focus ligt op het in kaart brengen van de vraag naar beschermde opvang per gemeente in Flevoland en op een succesvolle decentralisatie van beschermd wonen. Dit vergt voldoende investeringen in passende woonvoorzieningen in elke gemeente in onze regio. Dit wordt gerealiseerd door een nauwe samenwerking tussen gemeenten en zorgaanbieders.

Financieel houdt deze aanpak rekening met de gefaseerde middelenverschuiving van de Rijksoverheid, zoals vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Zorglandschap Wmo en het bijbehorende op-, om- en afbouwplan (OOA-plan). Daarnaast werken we vanaf 2026 met een hybride toegang, waarin intensieve zorg in woonvoorzieningen wordt gecombineerd met ambulante begeleiding in de thuissituatie, met als doel deze flexibiliteit uiterlijk 1 januari 2026 volledig te ontwikkelen. We willen in 2026 in beeld brengen wat de stand van zaken is met betrekking tot de 24-uursvoorzieningen en onderzoeken we de specifieke behoeften aan maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en daklozenopvang per gemeente. Het regionale convenant wordt herzien om meldingen te verlagen en om OGGZ en verslavingszorg nog beter te integreren.

Verder zetten we twee pilots voor de Flevolandse Avond- en Nachtdienst (FAN) op als onderdeel van deze aanpak. 

We werken met maatschappelijke partners aan een uitvoeringsprogramma waarin onder andere de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling gecombineerd wordt opgepakt met de opgaven uit de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario. Vanuit de opgaven van het Regioplan Integraal Zorg Akkoord werken we aan betere samenwerking tussen sociaal domein en eerste- en tweedelijnszorg voor onder andere inwoners met een psychische kwetsbaarheid.

In 2026 zetten we het project ‘Samen Sterker in De Wijk’ voort. Op basis van de ervaringen gaan we deze laagdrempelige en tijdige vorm van ondersteuning voortzetten in de wijk. Inwoners ontvangen lichte vormen van ondersteuning aanvullend op de eigen mogelijkheden en samenleving. Zonder deze inzet zullen de problemen verergeren, zorgkosten stijgen en gaat waardevolle kennis en ervaring verloren. Daarom zetten we in op monitoring, het versterken van de samenwerking en training. Tevens gaan we kijken hoe Samen Sterker In de Wijk geïntegreerd kan worden in de Lokale Teams Ontwikkeling.

Pakket 6O Gezonde leefstijl

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6O Gezonde leefstijl - Inhoud

Op basis van de huidige programmastructuur is de Algemene voorziening Jeugd onderdeel van pakket O in programma 6. De overige taken uit pakket O staan in programma 5. Inhoudelijk verwijzen wij u daarom graag door naar programma 5.

Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden

Inhoud

Terug naar navigatie - Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden - Inhoud

De gemeente Dronten werkt vanuit de overtuiging dat ieder kind recht heeft op een veilige, gezonde en kansrijke omgeving om in op te groeien. Onze inzet binnen het sociaal domein is erop gericht om inwoners – jong en oud – te ondersteunen in het versterken van hun eigen veerkracht. Dit betekent dat we hen helpen om beter om te gaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen. We geloven in een samenleving waarin inwoners meedoen, ondersteund door hun sociale netwerk en waar nodig met professionele hulp. De rol van de overheid is faciliterend, gericht op preventie en het voorkomen van zwaardere hulp. Voor jeugdigen betekent dit dat zij zoveel mogelijk thuis opgroeien in een stabiele en veilige omgeving, met ondersteuning die licht en laagdrempelig is als dat kan, en specialistisch en intensief als dat moet. We streven naar kansengelijkheid, bestaanszekerheid en het versterken van netwerken rondom kinderen en gezinnen.

Beleidsuitgangspunten

Terug naar navigatie - Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden - Beleidsuitgangspunten

De huidige inzet van jeugdhulp op basis van de huidige jeugdwet leidt onvoldoende tot versterking van eigen kracht. Landelijk, en ook in Dronten, neemt de afhankelijkheid toe en preventieve inzet leidt vooralsnog niet aantoonbaar tot minder instroom in zwaardere hulp. De wet- en regelgeving van de vernieuwde Jeugdwet en de landelijke Hervormingsagenda vormen de basis van de noodzakelijke aanpassingen van de jeugdhulp om de kosten te beheersen en de hulp anders/efficiënter te organiseren.

In het verlengde van de Jeugdwet en de Hervormingsagenda staan de beleidsdoelen uit het strategisch beleid centraal (Geïndiceerde jeugdhulp is vooral beschikbaar voor kinderen met een complexe zorgbehoefte; Kinderen en jongeren groeien zoveel mogelijk thuis op; Stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van preventieve en lichte vormen van ondersteuning in relatie tot het % geïndiceerde voorzieningen). Om deze doelen te behalen, heeft de aanpak van jeugdhulp in Dronten aanpassingen nodig. Het feit dat vanuit het Rijk structureel onvoldoende compensatie is om de jeugdhulp te hervormen, remt ons niet in het doorvoeren van deze aanpassingen.   

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden - Wat willen we bereiken?

We willen de jeugdhulp effectiever en duurzamer te maken  
          1) In 2029 is het aantal jeugdigen (en hun ouders) die ondersteuning krijgen door of vanuit het lokale team en de pedagogische basis 450 meer dan in 2025 zijn                                 bereikt met de preventieve jeugdhulp.
          2) In 2029 is het aantal jeugdigen die in dat jaar zorg op basis van een beschikking hebben ontvangen ten opzichte van 2025 gehalveerd.  
          3) In 2029 is de gemiddelde zorgduur van ambulante zorgvormen met 10% afgenomen ten opzichte van 2025.
          4) In 2029 is de gemiddelde zorgduur van jeugdhulp met verblijf (m.u.v. gezinsgericht) minder dan 9 maanden.
          5) In 2029 is het aantal jeugdigen in verblijf en jeugdbescherming 15% afgenomen ten opzichte van 2025.
          6) In 2029 is 70% van het totaal aan jeugdhulp met verblijf gezinsgericht ten opzichte van 2025.

Hoe meten we dit?
Ad 1. Unieke jeugdigen in preventieve jeugdhulp.
Ad 1. Aantal jeugdigen die binnen 2 jaar alsnog doorstroomt naar jeugdhulp.
Ad 2. Unieke jeugdigen per jaar waarop is gedeclareerd.
Ad 3. Gemiddelde beschikkingsperiode per jaar voor specialistische en hoog specialistische jGGZ, behandeling groep, logeren.
Ad 4. Gemiddelde zorgduur van feitelijk verblijf (start en einde zorg) jeugdhulp met verblijf.
Ad 5. Aantal jeugdigen in verblijf en jeugdbescherming per jaar.
Ad 6. Aantal beschikkingen verblijf uitgesplitst naar verblijfsvorm.

In 2025 vindt de 0-meting plaats voor bovenstaande indicatoren. Op basis hiervan wordt het ambitieniveau bepaald. 

Toelichting
De opgestelde SMART-doelen zijn voor de langere termijn opgesteld, zijn hierdoor richtinggevend en zullen het resultaat zijn afhankelijk van de nog door te voeren aanpassingen. Om de jeugdhulp effectiever en duurzamer te maken, wordt daarom ingezet op een andere organisatie van ondersteuning. De focus ligt op het bieden van meer vrij toegankelijke ondersteuning, ontlasting van het systeem en meer ruimte voor professionals om doelgericht te werken aan passende hulp. 

Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 

  • Slimmer organiseren: inzet op collectieve ondersteuning via Stevige Lokale Teams en pedagogische basis (geen beschikking nodig).
  • Beschikkingsvrije ondersteuning opschalen: experimenten en pilots worden structureel ingezet.
  • Regionale inkoop: alle beschikte jeugdhulp met complexe problematiek wordt regionaal ingekocht.
  • Meer ruimte voor professionals: minder administratie, meer regie op kwaliteit en toegankelijkheid.
  • Doelgericht sturen: op afname van doorlooptijd, uithuisplaatsing en inzet zwaardere hulp.

Waar leggen we de focus op?
In 2026 ligt de focus op het versterken van de sociale en pedagogische basis via Stevige Lokale Teams. Deze teams moeten gezinnen vroegtijdig kunnen ondersteunen zonder dat daar direct een beschikking voor nodig is. Door deze verschuiving van individuele naar collectieve hulp, wil de gemeente problematiek eerder signaleren, zwaardere zorg voorkomen en de eigen kracht van gezinnen versterken.

Daarnaast worden stappen gezet in het voorbereiden van de uitvoering vernieuwde Jeugdwet en de uit te voeren taken uit de Hervormingsagenda, waarin duidelijk wordt afgebakend welke vormen van complexe jeugdzorg nog onder de beschikking vallen. Dit schept helderheid en helpt om hulp beter te organiseren. Ook wordt de regionale inkoop van specialistische zorg voorbereid. Dronten heeft, ondanks onze beperkte invloed, de wil en koers ingezet om samen met partners in te zetten op betere beschikbaarheid en beheersbaarheid van complexe hulp.  
 
Innovatie speelt een belangrijke rol, met pilots gericht op groepsaanbod, inzet van AI, ondersteuning bij complexe scheidingen en het experiment ‘Schijf van drie/Windvanger’. Deze vernieuwingen beogen meer effectiviteit en passende ondersteuning buiten de formele jeugdhulp om. 

Dronten streeft ernaar om vanaf 1 januari 2027 de sociale en pedagogische basis zodanig te hebben versterkt dat de ondersteuning toegankelijker/flexibeler is en beter afgestemd op de behoeften van gezinnen.

De voorbereidingen hiervoor zullen in 2026 plaatsvinden. In 2026 voeren we ook het regionale strategische inkoopplan uit en passen we de Verordening sociaal domein aan.

Dit levert een belangrijke bijdrage aan het halveren van het aantal beschikkingen, het verkorten van de gemiddelde zorgduur met 10% en het verder terugdringen van het aantal jeugdigen in verblijf of jeugdbescherming.  
 
Deze doelen zijn realistisch door de inzet op vroege, laagdrempelige hulp en lokale alternatieven voor verblijf, zoals tijdelijke wooneenheden of preventief verblijf met ouders. De regionale ondersteuning via programma’s als RET, TAS en TOM draagt hieraan bij. Zo ontstaat een effectiever jeugdstelsel dat gericht is op eigen regie, kortdurende hulp en het voorkomen van ingrijpende maatregelen. 

Verbonden partijen programma 6

Wat gaat programma 6 kosten?

Terug naar navigatie - Wat gaat programma 6 kosten? - Wat gaat programma 6 kosten?
Lasten en Baten (bedragen x €1.000) Realisatie 2024 Begroting na wijziging 2025 Primaire begroting 2026 Primaire begroting 2027 Primaire begroting 2028 Primaire begroting 2029
Lasten
6L Leefbaarheid en veiligheid -44 -65 -65 -65 -65 -65
6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen -19.587 -21.531 -21.055 -20.908 -20.836 -20.798
6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders -3.974 -3.917 -4.004 -924 -576 -576
6M5 Multifunctionele gebouwen -5.694 -5.590 -5.555 -5.550 -5.617
6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden -16.841 -16.637 -15.942 -15.352 -15.492 -15.492
6O Gezonde leefstijl -127 -502 -484 -569 -569 -569
6P Opgroeien en opvoeden -20.087 -23.225 -25.562 -25.928 -24.043 -22.248
Totaal Lasten -60.660 -71.571 -72.702 -69.300 -67.131 -65.365
Baten
6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen 12.808 11.651 11.651 11.651 11.651 11.651
6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders 4.930 3.692 3.608 358 358 358
6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden 1.686 904 618 402 402 402
6P Opgroeien en opvoeden 568 17 17 17 555 562
Totaal Baten 19.993 16.264 15.894 12.428 12.965 12.973
Saldo Lasten en Baten programma 6 -40.667 -55.307 -56.807 -56.872 -54.165 -52.392
Stortingen
6Z Niet in pakketjes opgenomen 1.164 0 0 0 0 0
Onttrekkingen
6Z Niet in pakketjes opgenomen 2.202 1.758 155 110 110 110
Saldo Reserves programma 6 1.038 1.758 155 110 110 110
Resultaat programma 6 -39.629 -53.548 -56.653 -56.762 -54.056 -52.282