Deze paragraaf grondbeleid voor 2026 is gebaseerd op de nota Grondbeleid ‘Grond als basis voor regie’, vastgesteld in 2016. Deze moet na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden geactualiseerd. Bij het schrijven van deze paragraaf is de nieuwe nota in voorbereiding met als doel vaststelling na de zomervakantie met uitloop naar het laatste kwartaal in 2025. Met de nieuwe nota wordt beter aangesloten op de Omgevingswet, klimaatadaptatie (water en bodem sturend) en de maatschappelijke opgaven, zoals de huidige opgave voor de woningbouw. Dit past ook goed bij de stappen die wij als gemeente nemen om meer maatschappelijk dan financieel sturend te worden. Het nieuwe grondbeleid is meer situationeel, waarbij de gemeente uit 3 rollen kiest die het beste passend is voor die gebiedsontwikkeling. De drie mogelijke rollen zijn:
- De regisseur – Een actieve rol waarin sprake is van een duidelijk belang, de ontwikkeling essentieel is voor beleidsdoelstellingen en de urgentie hoog is. Hierbij heeft de gemeente de touwtjes in handen. De ontwikkelstrategie is dan ook volledig aan de gemeente.
- De motivator – Een semi actieve rol waarin het belang van de ontwikkeling zichtbaar is, maar de urgentie minder hoog. We zijn als gemeente betrokken en geven duidelijk aan wat het gewenste eindresultaat is. Hierbij werken we nauw samen met de markt en betrekken we deze bij de ontwikkelstrategie.
- Facilitator – Deze rol nemen we aan als er geen direct belang is bij deze ontwikkeling en hieruit een lage of geen urgentie komt. We laten de ontwikkeling over aan de markt.
Na de rolkeuze kiezen we een strategie. Deze strategie is afhankelijk van bijvoorbeeld grondeigendom, maar ook de rol die we eerder hebben gekozen. Op hoofdlijnen zijn de drie strategieën als volgt:
- Actief – De gemeente ontwikkelt zelf, bij deze strategie nemen we zelf een actieve grondpositie in of benutten we gronden die reeds in gemeentelijk eigendom zijn.
- Samenwerken – De gemeente en markt en ontwikkelen samen, bij deze strategie werken we samen met een marktpartij, al dan niet in combinatie met een grondpositie.
- Faciliteren – De gemeente faciliteert en de markt ontwikkelt, bij deze strategie is het hebben of innemen van een grondpositie niet wenselijk. Omdat het initiatief en de verantwoordelijkheid bij de marktpartij ligt, nemen we ook geen (nieuwe) grondpositie in om het proces te bespoedigen.
De opbouw van de deze paragraaf volgt de onderwerpen zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), aangevuld met lopende ontwikkelingen en actualiteiten. Conform artikel 16 van het BBV bevat de paragraaf over het grondbeleid ten minste:
- Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting.
- Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert.
- Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie.
- Een onderbouwing van de geraamde winstneming.
- De beleidsuitgangspunten betreffende de reserves voor grondexploitaties in relatie tot de risico’s van de grondexploitaties.