In de aanloop naar de Perspectiefnota 2027 is door de organisatie veel aandacht besteed aan de niet sluitende meerjarenbegroting. De focus is gelegd op structurele beheersbaarheid en hiervoor is zowel de inkomstenkant als uitgavenkant geanalyseerd. Dit heeft geleid tot diverse bruikbare inzichten en hierop zijn aanvullende acties uitgezet in de organisatie. In dit onderdeel worden de belangrijkste inzichten gedeeld en wordt een financieel perspectief geschetst die de basis vormt voor het uitwerken van de Programmabegroting 2027.
Financiële kaders voor de begroting
Toename van het gemeentefonds
Terug naar navigatie - Financiële kaders voor de begroting - Toename van het gemeentefondsIn de 1e Financiële Tussenrapportage 2026 is het jaar 2030 toegevoegd aan het meerjarenbeeld en is toegelicht dat dit gunstig uitvalt. De opbrengsten uit het gemeentefonds nemen met € 2 miljoen toe ten opzichte van 2029. In de systematiek van het Rijk valt namelijk een zeer slecht jaar (het Coronajaar 2020) buiten de berekening. Het financieel beeld voor 2030 wordt hierdoor een stuk positiever. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat wanneer zowel in 2027 én 2030 een positief structureel saldo wordt gerealiseerd, er tevens een basis wordt gelegd om een groene status bij de Provincie (in het IBT) te realiseren. De twee tussenliggende jaren - 2028 en 2029 - mogen dus negatief zijn. Bij het stellen van de kaders voor de uitwerking van de begroting 2027 is het verstandig dit mee te laten wegen.
De groei van Dronten
Terug naar navigatie - Financiële kaders voor de begroting - De groei van DrontenDronten groeit veel harder dan waar het gemeentefonds rekening mee houdt. Dit inzicht is belangrijk, omdat het gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten is. Meer inwoners betekent simpelweg meer geld. Deze hogere inkomsten zijn nodig voor de bekostiging van gemeentelijke taken en het is daarom de vraag hoe de balans tussen de groei aan inkomsten en de groei aan (beheers)lasten er uitziet. Daar draait juist het vraagstuk van structurele beheersbaarheid om. En misschien ontstaat hier ook financiële ruimte om de samenleving van Dronten verder vorm te geven. In deze Perspectiefnota wordt de Groei van Dronten voor het eerst financieel opgenomen, waarbij de organisatie dit verder zal uitwerken. Daarbij wordt ook naar andere gemeenten gekeken die een dergelijke vorm van begroten al verder hebben geoperationaliseerd. Het verder ontwikkelen van deze begrotingssystematiek levert al bij de begroting 2027 nuttige inzichten op en zal richting de toekomst een belangrijk instrument zijn die de structurele beheersbaarheid verder moet vergroten.
De ambtelijke organisatie
Terug naar navigatie - Financiële kaders voor de begroting - De ambtelijke organisatieIn de begroting 2025 is een extra structurele investering gedaan in de formatie. Met de beschikbare middelen is de ambtelijke organisatie in staat gesteld om de basis voor het uitvoeren van het gemeentelijke takenpakket te herstellen. Uit de analyse van de jaarrekening blijkt dat niet alle middelen zijn benut. Dit komt onder andere door strakkere sturing op inhuur, waardoor het aandeel inhuur is gedaald van 20% naar 15%. Daarmee is in 2025 efficiënter omgegaan met de beschikbare middelen voor de uitvoering van gemeentelijke taken.
Om het inzicht in taken en formatie verder te vergroten, is in 2025 een sturingsinstrument ontwikkeld. Dit instrument geeft aanvullend inzicht in de verschillende taakgebieden waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Ook maakt het duidelijk welke invloed wettelijke verplichtingen en beleidskeuzes hebben op de benodigde formatie. Deze verbeterde informatie helpt ons om de gerealiseerde efficiëntieverbetering uit 2025 vast te houden richting de begroting 2027.
Op deze manier levert de ambtelijke organisatie een belangrijke bijdrage aan het herstellen van het structurele evenwicht van de begroting. Naast deze zelfkritische houding en de genomen en te nemen beheersmaatregelen ten aanzien van de huidige formatie staat de groeiopgave van de gemeente. Voor nu is het nog niet precies te kwantificeren welke extra investeringen daarvoor nodig zijn.
Lokaal inzicht: rust en sturing
Terug naar navigatie - Financiële kaders voor de begroting - Lokaal inzicht: rust en sturingIn 2025 hebben de ontwikkelingen met betrekking tot de jeugdhulp duidelijk gemaakt dat een aantal verbeteringen verwacht mogen worden. Hiervoor heeft de raad ook de motie beheersbaarheid jeugdzorg aangenomen. De organisatie heeft op basis hiervan - en in het bredere kader van structurele beheersbaarheid - een concrete opdracht gedefinieerd die in 2026 zal worden uitgevoerd. Die opdracht levert drie kernresultaten op: structureel inzicht in resultaten, processen en financiën; een cultuur van gedeeld eigenaarschap waarin het 'goede gesprek' centraal staat; en een schaalbare blauwdruk voor 'in control' zijn die breed toepasbaar is binnen Dronten. De opdracht richt zich hoofdzakelijk op de ambtelijke organisatie, omdat het merendeel van de gewenste verbeteringen in de uitvoering moet plaatsvinden.
De uitvoering van deze opdracht zal door (reeds aanwezige) interne professionals worden opgepakt en loopt tot 1 januari 2027. De scope van de opdracht is beperkt tot het sociaal domein, op de gebieden Jeugd, Onderwijs en Wmo. De focus op deze kritieke gebieden moet een bewezen en werkende methodiek voor de planning- en controlcyclus creëren, die na succesvolle implementatie breed toepasbaar moet zijn voor alle domeinen. Dit moet de organisatie rust en sturing opleveren, en (zorg)professionals, management en bestuur daadwerkelijk ondersteunen.
Vanwege het belang van deze opdracht en de directe relatie tot de motie beheersbaarheid jeugdzorg zal de raad over de voortgang van dit project regelmatig worden geïnformeerd via de reguliere P&C cyclus.
Effect Gericht Sturen
Terug naar navigatie - Financiële kaders voor de begroting - Effect Gericht SturenBij de begroting 2026 is een belangrijk sturingsinstrument aan de raad opgeleverd. Vanuit de lijn van Effect Gericht Sturen zijn per pakket doelenbomen opgenomen, waarbij maatschappelijke effecten en factoren van invloed inzichtelijk zijn gemaakt. Bij de behandeling van de begroting 2026 is duidelijk geworden dat dit sturingsinstrument juist bij de behandeling van een Perspectiefnota van grote waarde is. Dat is hét moment waar de raad de kaders (bij)stelt en de prioriteiten van de gemeente vanuit de maatschappelijke effecten bepaalt. Het is verleidelijk om hierbij te kijken naar het geld wat hiermee gemoeid gaat. Het gedachtengoed van Effect Gericht Sturen stelt dat niet geld, maar maatschappelijke waarde hierin bepalend dient te zijn.
Wanneer het structurele evenwicht onder druk staat, en dus geld wél een rol gaat spelen, wat betekent dit dan? Juist dan zou de raad in debat moeten gaan om de koers van de gemeente te bepalen. Wat is belangrijk? Waar blijven we van af? Waar moet juist wel iets extra’s gebeuren? Wat is urgent en heeft prioriteit? Hiermee kan u als raad het college en de organisatie de richting meegeven en bijbehorende kaders stellen die gebruikt worden voor het opstellen van de volgende begroting.
Voor het gemak is in de bijlage een korte samenvatting van de maatschappelijke effecten en factoren van invloed opgenomen. Voor het volledige overzicht wordt verwezen naar de (samenvatting van de) begroting 2026.
Financiële hoofdlijnen
Terug naar navigatie - Financiële kaders voor de begroting - Financiële hoofdlijnenHet financieel perspectief hanteert als vertrekpunt de stand van de 1e Financiële Tussenrapportage 2026. Hou er rekening mee dat uw raad deze stand nog niet heeft vastgesteld op het moment van het aanbieden van deze Perspectiefnota en dat deze kan wijzigen.
| Financieel perspectief 2026-2030 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (x € 1.000) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| Stand na 1e Financiële Tussenrapportage (structureel) | 184 | -1.116 | -2.555 | -2.767 | -875 | |
| Stand na 1e Financiële Tussenrapportage (incidenteel) | -6.013 | -4.387 | -1.539 | 221 | 221 | |
| Stand na 1e Financiële Tussenrapportage 2026 | -5.829 | -5.503 | -4.094 | -2.546 | -654 | |
| Wijzigingen structurele lasten | 0 | -1.205 | -3.005 | -3.955 | -7.605 | |
| Wijzigingen structurele baten | 380 | 2.480 | 4.280 | 5.130 | 8.480 | |
| Wijzigingen incidentele lasten | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Wijzigingen incidentele baten | 2.329 | -673 | 538 | 121 | 142 | |
| Prognose begrotingssaldo bij Perspectiefnota 2027 | -2.120 | 0 | -4.901 | -2.281 | -1.250 | 363 |
| Waarvan Structureel | 564 | 159 | -1.280 | -1.592 | 0 | |
| Waarvan Incidenteel | -2.684 | -5.060 | -1.001 | 342 | 363 | |
| Prognose begrotingssaldo bij Perspectiefnota 2027 | -2.120 | -4.901 | -2.281 | -1.250 | 363 | |
Het financieel perspectief 2027 toont een structureel sluitende begroting voor 2027 en 2030, waarbij in de tussenliggende jaren een negatief structureel saldo zichtbaar is. De volgende tabel toont met welke wijzigingen rekening is gehouden in het perspectief van 2027. Het is belangrijk om te vermelden dat deze Perspectiefnota in feite beleidsarm is. Alleen autonome en wettelijke ontwikkelingen zijn structureel financieel vertaald.
Op basis van de nummering worden de onderwerpen onder de tabel toegelicht.
| Financiële ontwikkelingen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Lasten | S/I | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| Autonome en wettelijke ontwikkelingen | |||||||
| 1) Groei Dronten (eigen perspectief) | S | -700 | -2.500 | -3.350 | -6.700 | ||
| 2) Effectiviteit en efficiëntie van de organisatie | S | 1.300 | 1.300 | 1.300 | 1.300 | ||
| 3) Actualisatie investeringsagenda (incl. SVP) | S | 0 | 0 | 100 | 100 | ||
| 4) Rentelasten vreemd vermogen (leningen) | S | 0 | 0 | -200 | -1.000 | ||
| 5) Indexaties lokale belastingen en leges | S | -1.400 | -1.400 | -1.400 | -1.400 | ||
| 6) Jeugdlasten kostprijs ontwikkelingen | S | -300 | -300 | -300 | -300 | ||
| 7) OFGV Basistaken | S | -105 | -105 | -105 | -105 | ||
| 11) Aanvullend benodigd voor 2030 | S | 0 | 0 | 0 | 500 | ||
| Incidentele ontwikkelingen | |||||||
| 2) Effectiviteit en efficiëntie van de organisatie | I | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal impact lasten | 1.000 | -1.205 | -3.005 | -3.955 | -7.605 | ||
| Baten | S/I | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| 1) Groei Dronten (eigen perspectief) | S | 700 | 2.500 | 3.350 | 6.700 | ||
| 5) Indexaties lokale belastingen en leges | S | 1.400 | 1.400 | 1.400 | 1.400 | ||
| 8) Rioolheffing | Afvalstoffenheffing BCF | S | 380 | 380 | 380 | 380 | 380 | |
| 9) Impact Meicirculaire 2026 | S | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| 10) Prognose grondbedrijf | I | 2.329 | -673 | 538 | 121 | 142 | |
| Totaal impact baten | 2.709 | 1.807 | 4.818 | 5.251 | 8.622 | ||
| Totaal impact saldo | 3.709 | 602 | 1.813 | 1.296 | 1.017 | ||
1) Groei Dronten (eigen perspectief)
Het gemeentefonds houdt rekening met een groei van 600 inwoners richting 2030. Per inwoner ontvangt Dronten ongeveer € 2.100. Met de huidige ontwikkelingen, waaronder de start van uitleggebied Zuid, is het plan om Dronten met meer dan 3.000 inwoners te laten groeien. Deze groei zal leiden tot ongeveer € 7 miljoen aan hogere inkomsten vanuit het gemeentefonds en OZB in 2030. We onderzoeken in welke mate we die inkomsten kunnen gebruiken om de toenemende kosten die gerelateerd zijn aan de omvang van Dronten (o.a. meer jeugdigen, ouderen, groen, wegen, overhead) te dekken.
In het financieel perspectief is de groei van Dronten budgetneutraal verwerkt, wat betekent dat er (nog) geen rekening wordt gehouden met een eventueel voor- of nadeel vanuit deze groei. Deze begrotingssystematiek zal worden verfijnd en het is belangrijk om hierin een bepaalde voorzichtigheid te hanteren. De realiteit is dat het een grote uitdaging is om bouwontwikkelingen conform plan te laten verlopen, gezien de netcongestie, stikstofproblematiek en grote ketenafhankelijkheid.
2) Effectiviteit en efficiëntie van de organisatie
De ambtelijke organisatie werkt toe naar een structureel financieel evenwicht in 2027 en verwacht hiervoor in totaal € 1,3 miljoen aan organisatiekosten te kunnen reduceren. De jaarrekening 2025 laat zien dat de formatie duurzaam kan worden bekostigd met minder middelen, mede dankzij de ingezette verbeteringen in de bedrijfsvoering.
Door het succesvol terugdringen van relatief dure inhuur kan de organisatie met dezelfde kwaliteit en capaciteit efficiënter functioneren. Deze professionaliseringsslag vertaalt zich nu zichtbaar in de financiële resultaten. Op basis hiervan is voor 2026 een incidentele meevaller van € 1,0 miljoen opgenomen.
Tegelijkertijd vraagt deze structurele aanpassing om een zorgvuldige en realistische benadering. Inhuur blijft een waardevol instrument bij arbeidsmarktkrapte, ziekteverzuim en specialistische expertise. Op cruciale plekken die direct bijdragen aan de uitvoering of de groeiambities, blijft de keuze voor tijdelijke inzet daarom afhankelijk van kwaliteit, continuïteit en maatschappelijke impact, en niet uitsluitend van financiële overwegingen. Het sturen op maatschappelijke resultaten en het goed ondersteunen van onze medewerkers vormt hierbij het belangrijkste uitgangspunt.
3) Actualisatie investeringsagenda (incl. SVP)
De afgelopen jaren is de investeringsagenda uitgebreid met de investeringen van het Strategisch Vastgoedplan (SVP). Voor de investeringsagenda zijn een aantal ontwikkelingen relevant die vragen om bijstelling voor de begroting van 2027. In 2026 zullen het IHP en het SVP worden herijkt. Eens per vijf jaar is dit wenselijk. Op deze wijze kunnen actuele ontwikkelingen worden meegenomen in de verdere planuitwerking en gemeentelijke begroting. Parallel aan deze herijking van de plannen zal ook gekeken worden naar de herijking van de bouwkosten.
Vooruitlopend op de herijking van het IHP en SVP is in het financieel perspectief voor de herijking van de bouwkosten een toename van 15% meegenomen. Ook is vanuit het sleutelproject Swifterbant voor het IKC Swifterbant al rekening gehouden met een latere oplevering. Deze twee ontwikkelingen maken dat in de afschrijvingslasten voor het huidige meerjarenperspectief per saldo geen grote veranderingen worden verwacht.
Vanuit de sleutelprojecten Swifterbant en Biddinghuizen zullen ook (maatschappelijke) investeringen volgen die op een gegeven moment op de juiste wijze in de begroting moeten landen. Met de verdere invulling van deze projecten is bij het opstellen van dit financieel perspectief nog geen rekening gehouden.
4) Rentelasten vreemd vermogen (leningen)
Met het jaar 2030 neemt de financieringsbehoefte toe. In 2030 wordt verwacht dat hierdoor de rentelasten voor het vreemd vermogen met ongeveer € 1 miljoen toenemen ten opzichte van 2029. Belangrijk is hierbij de volledige herijking van het IHP en SVP, die de grootste invloed heeft op deze berekening. Ook kan de ontwikkeling van de rente zowel in positieve als negatieve zin impact hebben. In 2026 zullen passende maatregelen worden genomen om dit renterisico te minimaliseren.
5) Indexaties lokale belastingen en leges
Bij de begroting 2027 zal worden voorgesteld met welk percentage de lokale belastingen, heffingen en leges kunnen worden bijgesteld. Belangrijk is om daarbij te kijken naar de prijscompensatie voor 2027 die vanuit de Meicirculaire 2026 wordt ontvangen. In het financieel perspectief is de impact vanuit prijseffecten budgetneutraal opgenomen.
Voor het financieel perspectief is als voorbeeld gewerkt met een indexatie van 4%, wat gelijk staat aan ongeveer €1,4 miljoen aan financiële begrotingsruimte.
6) Jeugdlasten kostprijs ontwikkelingen
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten om bepaalde vormen van jeugdhulp regionaal in te kopen per 1 januari 2027. Deze vormen (jeugd GGZ, Logeren, Kinderdagcentrum, Multidisciplinaire jeugdhulp) worden in 2026 regionaal aanbesteed. De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële Prijzen Jeugdwet verplicht gemeenten om voor de inkoop van jeugdhulp reële tarieven te betalen. Conform de AmvB worden tariefonderzoeken uitgevoerd. Voor de producten jeugd GGZ, Logeren en Kinderdagcentrum zijn deze onderzoeken inmiddels afgerond en zijn de tarieven 2027 vastgesteld. Voor het product Multidisciplinaire jeugdhulp worden het tarievenonderzoek en de impactanalyse eind maart 2026 afgerond. In april 2026 hebben we inzicht in de kostenontwikkeling.
In afwachting van de complete kostenanalyse kan een totale structurele kostenstijging van € 150.000 tot € 300.000 bovenop de reguliere indexering worden verwacht, mede gezien de toegenomen complexiteit van de doelgroep die één van deze regionale zorgvormen nodig heeft. Regionale jeugdhulp zal alleen indien noodzakelijk en zo kort als mogelijk worden ingezet op basis van een beschikking voor kinderen met een complexe zorgbehoefte. Door de inrichting van stevige lokale teams in de komende jaren zullen kinderen met een minder complexe zorgbehoefte laagdrempelig en preventief ondersteund gaan worden.
Vanuit het voorzichtigheidsprincipe is in het financieel perspectief de maximale bandbreedte voor deze kostprijsontwikkeling aangehouden.
7) OFGV basistaken
In de ontwerpbegroting van OFGV wordt rekening gehouden met een uitbreiding van de basistaken, waarvoor € 105.000 extra benodigd is. De ontwerpbegroting van OFGV is afhankelijk van de zienswijzen van gemeenten. In het financieel perspectief is rekening gehouden met de financiële impact van deze ontwikkeling.
8) Rioolheffing | Afvalstoffenheffing BCF
Eind 2025 is middels een raadsinformatiebrief aangekondigd dat de raad in de eerste helft van 2026 wordt meegenomen in de uitkomsten van de financiële analyse van het riool. Vooruitlopend hierop kan worden gesteld dat de toerekening van de (compensabele) btw dient te worden geactualiseerd. De toerekening van btw leidt tot structurele ruimte in de begroting. Per saldo vergroot deze actualisatieslag de structurele ruimte naar verwachting met € 380.000.
De huidige heffingen zitten op een dusdanig niveau dat deze actualisatieslag niet direct leidt tot een aanpassing van de heffing (anders dan indexatie). Bij dit onderwerp wordt uitvoeriger stilgestaan wanneer de uitkomsten van de financiële analyse van het riool worden behandeld. Daarbij wordt voor het riool deze actualisatieslag in het bredere perspectief van kostendekkendheid geplaatst.
9) Impact Meicirculaire 2026
Voor de impact van de Meicirculaire 2026 is geen bedrag opgenomen. Toch zal de Meicirculaire 2026 impact hebben op het financieel perspectief. Bij de behandeling van de Perspectiefnota zullen de uitkomsten van de Meicirculaire bekend zijn en daarover wordt u als raad apart geïnformeerd.
10) Prognose grondbedrijf
In de begroting van 2025 is voor het eerst het resultaat op het grondbedrijf begroot. Wanneer de jaarrekening is vastgesteld, kunnen de bij te stellen financiële verwachtingen worden verwerkt in de begroting. Dit zal bij de 2e Financiële Tussenrapportage gebeuren en levert per saldo een positieve bijstelling van € 2,5 miljoen op.
De financiële verwachting van het eerste kwadrant van uitleggebied Zuid is niet verwerkt in dit financieel perspectief.
11) Aanvullend benodigd voor 2030
De verwachting is dat de begroting 2027 structureel sluitend kan worden gemaakt. Voor 2030 is dit nog de vraag, omdat het verschil met een structureel evenwicht € 500.000 is. Dit is een overbrugbaar verschil dat nu als taakstelling is opgenomen. Mocht u als raad besluiten dat het begrotingsjaar 2030 structureel sluitend moet zijn, dan bestaat de mogelijkheid dat wanneer dit een minimale omvang heeft, hiervoor een algemene taakstelling zal worden opgenomen.